PREDIKANTEN IN DE EVANGELISCH-LUTHERSE GEMEENTE ZIERIKZEE

pagina vier: 1752-1760


De zesde predikant van onze gemeente was:

Casparus van der Heide

  Hij werd den 7den October 1727 te Amsterdam geboren.
Hij studeerde aldaar onder leiding van Ds. Jac. Boon en werd proponent in zijn vaderstad in 1750, na vooraf bevorderd te zijn tot Artium liberalium Magister (meester in de vrije kunsten) et Philosophiae Doctor (doctor in de wijsbegeerte).

Hierna werd hij in 1750 proponent bij de Luthersche gemeente.
Beroepen bij de Luthersche gemeente te Zierikzee in 1752, werd hij eerst te Amsterdam den 28en Juni 1752 bevestigd door Jac. Boon, en daarop te Zierikzee den 16en Juli d.a.v. door Ds. Zach. Feldman, oudsten predikant te Middelburg.

Hij verwierf zich door zijne geleerdheid en predikgaven een grooten naam en sterken toeloop der Hervormden, bijzonder van regeringsleden, die meest Coccejaanschgezind waren, en andere aanzienlijken.
Ten gevolge daarvan was eene uitbreiding van het kerkgebouw noodig, die dan ook in zijn tijd heeft plaats gehad, en welk uitgebreid en verfraaid kerkgebouw hij op den 18den Januarij 1756 in wijdde met eene rede over Jesaia 54. vs. 2 en 3a, die te Zierikzee kort daarna is in het licht gegeven.

Inmiddels had hij een, den 20en Oct. 1755 op hem uitgebrachte, beroeping naar Gouda aangenomen, maar onder voorwaarde dat hij eerst dan zou overkomen, wanneer de inwijding van de kerk te Zierikzee zou hebben plaats gehad. Dit laatste geschiedde den 18en Jan. 1756; den 18en Febr. d.a.v. ging hij in deze kerk voor op den eersten jaarlijkschen grooten Dank-, Vast- en Bededag, en den 22en Febr. hield hij er zijn afscheidsrede. Te Gouda deed hij den 14en Maart 1756 zijn intrede. Inmiddels was Van der Heide in hetzelfde jaar naar Gouda beroepen, welke gemeente hij in 1757 met die van 's-Gravenhage verwisselde, waar hij insgelijks de nieuw gebouwde kerk in 1761 met eene predikatie heeft ingewijd en waar hij 18 augustus 1791 te Den Haag overleed.

Hij wijdde er den 13en Dec. 1761 de nieuwgebouwde kerk in (met een in druk verschenen preek) en den 10en Sept. 1762 leidde hij, evenals zijn ambtgenooten, ieder een dienst ter inwijding van het orgel in die kerk.

Van der Heide was een der meest begaafde predikanten in de Luthersche Kerk van dien tijd. Ook was hij een zeer geleerd man. Zijn stijl was gezwollen in den geest zijner dagen. Dit blijkt vooral in zijn kerkinwijdingsrede te Zierikzee; met het aanhalen van Latijnsche spreuken is hij spaarzaam, maar het plaatsen van geleerde noten onder aan de bladzijden kon hij toch niet nalaten. In zijn preek over Gen. XXVIII:27 is zijn stijl minder beeldrijk, zonder dor en droog te zijn. Er was in zijn wijze van voorstelling iets levendigs, dat boeide.

  Hij bezorgde een uitgave - misschien wel de laatste - van een liederenbundel, die tot 1790 in gebruik bleef bij de Luthersche gemeenten te 's-Gravenhage en te Leeuwarden, maar elders (zooals te Leiden) niet ingevoerd werd, omdat men er ‘Hernhutterij’ in meende te ontdekken.



De zevende predikant van onze gemeente was:

Petrus Albertus Monincx

Petrus Albertus Monincx of Moninck, studeerde in de godgeleerdheid te Tübingen en werd Luthersch predikant te Zierikzee 22 mei 1757 na een jaar aldaar als proponent werkzaam geweest te zijn.
Hij kwam te Hoorn 2 juli 1758, te Zaandam 25 mei 1760. Hier is hij 17 maart 1768 geschorst wegens wangedrag en later afgezet.
Daarover verscheen in druk: Resolutie door den groten kerkeraad der Luth. Gem. te Westzaandam, 17 maart 1768 met een voorrede van C.L. Jungius, advocaat te Amsterdam.Petrus Albertus Monincx

Hij overleed te ´s-Gravenhage, 22 februari 1805.  


De achtste predikant van onze gemeente was:

Ds. Johann Diederick Deiman

Zoon van den Procurator Albert Deimann, stamde hij uit een oud Nederlandsch geslacht, dat gedurende de Spaansche vervolgingen naar Oost-Friesland was uitgeweken.
Een van zijne voorouders behoorde in het begin der 16de eeuw tot de leden van den Raad te Amsterdam.
Hijzelf was een oudere broeder van den vermaarden genees-, schei- en natuurkundige Johan Rudolph Deiman.


Geboren te Hage (O.-Friesl.) den 9den April 1732, studeerde hij te Halle onder Semler.
Als Hoogduitsch proponent naar de Nederlanden gekomen, werd hij hier den 22sten Mei 1758 beroepbaar gesteld bij de Ev.-Luthersche Kerk. Hij nam de beroeping aan naar de gemeente te Zierikzee, en trad aldaar, na den 6den October te Amsterdam bevestigd te zijn, den 29sten van diezelfde maand in dienst.
Nog geen jaar was hij er werkzaam.

Reeds den 30sten September 1759 nam hij er afscheid, om naar Zwolle te vertrekken, waar hij den 21sten October intrede deed (tekst: Handel. XX:28).
De Zwolsche gemeente diende hij nog korter dan zijn vorige; in April 1760 verliet hij haar om eene beroeping naar Utrecht op te volgen, waar hij den 18den Mei de bediening aanvaardde (tekst: Joh. XVII:3).
In 1766 sloeg hij eene beroeping af naar 's Gravenhage; dertien jaren later nam hij er eene naar Amsterdam aan, nadat zijn naam er vroeger bij herhaling op de nominatie was geplaatst en hij er onderscheiden malen op proef had gepredikt.


Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.