Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen
hiernaast kunt u een periode kiezen
De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. Kies een tijdvak in de lijst en klik op de knop.
Hieronder volgt een recent gehouden preek.
GODS ALOMTEGENWOORDIGHEID
EN ZIJN ALZIENDHEID ALS BEMOEDIGING
De verkondiging
op de Vierde Zondag na Trinitatis
... Gods ogen
doorlopen de ganse aarde.
II Kron. 16:9
In uw licht zien wij het licht
Psalm 36:10
Wat u in de prediking hier vanochtend veel gaat horen, zijn woorden die
al heel oud zijn:
Gods alomtegenwoordigheid en alziendheid. Zijn die er... en hoe?
Ik hoorde eens een gedurfde samenvatting van de complete geschiedenis
van godsdienst en cultuur:
‘In de eerste duizend jaar van onze jaartelling (en ook daarvoor) vroeg
men zich af: wie is God?
In de tweede duizend jaar vroeg men zich af: wat is de kerk?
Sinds 2000 is de derde duizend jaar begonnen.
Nu vraagt men zich af: wie is de mens?
Het is een samenvatting, een overzicht, dat op z'n minst ons wel aanspreekt. Maar: het is wel erg absoluut. Alsof wij ons nu niet meer afvragen: wie is God?
Juist in deze tijd, nu de problemen zich opstapelen, komt deze vraag
op ons af. En, de vraag: wie is God, wordt vervangen door: wáár is God?
Het is daarom, dat u in deze en in de twee komende Erediensten preken
kunt horen over deze vraag.
Deze vraag en soortgelijke.
Waar is God? Zou u antwoorden: Hij is alomtegenwoordig, dus is Hij overal
– ?
Wat hebt u dan eigenlijk gezegd?
Eigenlijk zouden wij die alomtegenwoordigheid veel meer aanwijsbaar, tastbaar
willen hebben.
Is het misschien daarom dat veel mensen menen, dat God overal in de natuur
aanwezig is?
Een Dordts gemeentelid op vakantie, reed voor het eerst door de Alpen.
Teruggekeerd zei hij me: ‘O dominee, het is zo indrukwekkend, zo majestueus, nu weet ik dat
er een God is.'
Mijn reactie was wat grimmig... .
In die tijd hadden in India en Bangladesh die reusachtige rivieren daar
een catastrofale overstroming veroorzaakt.
Dus ik reageerde: die rivieren in India en Bangladesh, indrukwekkend,
majestueus, en kijk eens wat voor een menselijk leed ze
teweeggebracht hebben... . Waar is dan God?'
God, aanwezig overal in de natuur... ? Zou het ?
In de oudheid aanbaden de mensen de zon.
De zon kan in principe met zijn stralen en warmte overal komen. Maar het
heeft twee kanten.
De zon hebben we nodig want anders groeit er niets.
Maar hij kan ook verschroeien. En: je kunt er niet zonder bescherming
van je ogen, naar kijken.
Geen wonder dat mensen in de antieke oudheid een vrees, een huiver voor
dit oppermachtig hemellichaam hadden.
Het zo jammer dat deze huiver, vrees en angst er ook zijn bij heel wat
christenen – en dan jegens God... ?
Komt dat omdat het licht ook een bijbels symbool is, een zinnebeeld ook
van toepassing op God?
Hij bewoont een ontoegankelijk licht, zo horen we.
We lezen over verschijningen, vergezeld van verblindend licht. Licht dat
de mensen omstraalt, d.w.z. het is zo intens dat er geen schaduw valt.
Natuurlijk, het is symbolische taal, maar, de zon als drager van het licht
heeft door de eeuwen heen angst en huiver voor God in de hand gewerkt.
Wat te denken van die bekende, ook wel beruchte afbeelding van het alziende
oog, bovenaan godsdienstige prenten? Is dat nu een gezonde uitwerking van de leer, dat
God alomtegenwoordig is?
Goede tekenaars en schilders kunnen dat oog zo knap op papier of schilderslinnen
zetten, dat een suggestie gewekt wordt, de suggestie dat het altijd naar u kijkt.
Vanuit welke hoek die tekening of dat schilderij ook voor u ligt of staat... altijd kijkt dat
oog naar u.
Geen wonder dat kleine kinderen al zeggen: wat is dat eng... .
Dit is geen evangelie meer.
Er mag eerbied voor God zijn, maar vrees hoeft niet.
De briefschrijver Johannes zegt: ‘De ware liefde drijft de vrees uit.'
Om te beginnen is dat de liefde van God zelf: waarachtig, d.w.z. daadwerkelijk en betrouwbaar.
Als vrucht daarvan onze liefde tot God en de naaste.
Een liefde zonder angst en vrees.
Toch moeten we die zinnebeelden niet weg schuiven. Zon, licht en oog,
ze horen bij de bijbelse taal.
Laten we ze positief uitleggen en toepassen. Houd ze ook bij elkaar, want
alleen dan kan een persoonlijke God worden verkondigd.
Immers, alleen een persoon kan liefhebben.
In de oude bijbelvertalingen staat die mooie uitdrukking: Gods goedgunstig
oog.
Denk nog eens aan dat geschilderde oog, bovenaan religieuze schilderijen.
Het kijkt je altijd aan, waar je ook staat. Toch heeft dat ook iets moois, iets vertroostends.
Waar u ook bent, in welke situatie u ook verkeert, u mag vertrouwen dat
Gods goedgunstig oog u ziet.
Het licht, ook dat mag u zo positief mogelijk zien.
In het oud-testamentische boek Prediker lezen we:
‘Het licht is zoet en het is aangenaam voor de ogen, de zon te zien.'
U hoeft niet recht in de zon te kijken, dat is juist niet goed voor uw
ogen. Ga gewoon uws weegs en geniet van het licht dat de zon verspreidt.
Dit is ook een zinnebeeld van hoe God in uw en mijn leven aanwezig is.
Het is ongezond om altijd God bij ons te willen hebben, als het ware te willen in kijken
in zijn ontoegankelijk licht.
Ik heb ze gekend, kerkgangers die óveral God bij sleepten. Ze wisten het
zo goed, hadden God om zo te zeggen in hun broekzak.
Dat is wel een heel kwalijke visie op Gods alomtegenwoordigheid. Maar
je kunt er ook ánders over denken.
Denk aan die mooie uitdrukking: Gods goedgunstig oog. Leg daarnaast die
evenzeer mooie woorden: Gods ogen doorlopen de ganse aarde.
Neem dat zo positief mogelijk. Dus niet als controle, als beveiligingscamera's
die alles in de gaten houden.
Positief, want het is God die zijn schepping niet loslaat. Niet loslaat,
dat gebruiken sommige collega's in hun votum, het ‘Onze hulp in de Naam van de Heer.'
Let wel, de schepping is niet de natuur. In de natuur is God niet aanwezig
– dan zou Hij verantwoordelijk zijn voor vulkaanuitbarstingen en tsunami's, zeebevingen
en kosmische rampen zoals supernova's.
Gods scheppend werk is zijn arbeid om de natuur leefbaar te maken voor
ons mensen en de dieren en al wat er leeft. Zijn ogen doorlopen de ganse aarde,
dat is zijn scheppende zorg voor de aarde; de aarde die van zichzelf chaotisch
en onleefbaar is.
Die zorg is alomtegenwoordig, die zorg is er voor goede mensen en slechte
mensen.
Die zorg is begonnen met de gave van het licht.
God heeft de zon gegeven om overdag he licht te verspreiden; zo zegt Jezus
het: Hij doet zijn zon opgaan zowel over rechtvaardigen als onrechtvaardigen. Mat. 5:45 .
God doet zijn zon opgaan zowel over rechtvaardigen als onrechtvaardigen
– deze woorden passen uitstekend bij het zondagsevangelie dat u vandaag hoorde.
Jezus roept op tot rechtvaardige omgang en rechtvaardige verhoudingen
onder ons, want – en dat weet hij – er zijn toestanden en situaties waarin wij het risico lopen,
te vervallen tot onrechtvaardigheid.
De diepste grond van dit onrechtvaardig gedrag zijn wij ons eigenlijk
niet bewust: het is angst en vrees.
Angst dat een ander mij tekort doet; niet hetzelfde is en doet als ik.
Dat hoeven u en ik niet te ontkennen. Maar daarom zegt Jezus: ‘God doet zijn zon opgaan zowel over
goede mensen en
slechte mensen.' Wat een ruimte geeft dat. Het oordeel komt ons niet toe;
maar we hoeven ook niet te oordelen.
U denkt: ja maar, wat kom ik toch veel slechtheid tegen; en eigenlijk
ben ik zelf ook niet zo'n beste... .
Ja, dat kan zo zijn, maar onthoud: de zon blijft schijnen in uw leven,
ook al staat u er misschien met uw rug naar toe.
Sta niet tegen het licht in. Het Boek der Psalmen heeft die prachtige
tekst: ‘In uw licht zien wij het licht' 36:10.
De lichtbron is God zelf en is als de zon die op u schijnt. Kijk er niet
in maar loop wel in de zon.
De schaduwen zullen achter u vallen, dat zijn de schaduwen van uw leven.
U ziet die schaduwen niet en het hoeft ook niet.
U mag staan in Gods alomtegenwoordigheid, zoals het licht dat de duisternis
verdrijft. Dan komt onze eigen veantwoordelijkheid naar voren.
God, als een lichtbrengende zon, wil ons scheppen tot kinderen des lichts.
Heb een levenswandel als kinderen van het licht, zo zegt de apostel Paulus het.
‘Kinderen van het licht,' het is eigenlijk een hebraïsme: je moet het
lezen als: kinderen die hun oorsprong hebben in Gods licht.
Maar ook: kinderen die zelf licht geven en brengen.
Christus: de blinkende morgenster en ook de zon der gerechtigheid. Hij heeft het gezag, lied 871
ELG Zierikzee, 28 juni 2026
