Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen
hiernaast kunt u een periode kiezen
De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. Kies een tijdvak in de lijst en klik op de knop.
Hieronder volgt een recent gehouden preek.
NIET AAN HET DODENRIJK OVERGELATEN
De verkondiging
op het Hoogfeest van Pasen
Handelingen 2 : 31
... de opstanding van Christus,
dat God hem niet aan het dodenrijk heeft overgelaten.
Al eerder hebt u op het Hoogfeest van Pasen van mij gehoord, dat opstanding
in de eeuwen voor en na Christus heel bekend was. We spreken dan over
opstanding uit de dood. Verschillende grote godsdiensten in die tijd geloofden
in één of meer goden die uit de dood opstonden.
Ons paasfeest is een feest van vreugde, jawel, maar ik heb er eerder toch
een waarschuwing aan verbonden: verwar nooit dat opstandingsgeloof van
de oud-oosterse volkeren met het geloof van het bijbelse Israël en dat
van de jonge Kerk.
Die verwarring komt soms heel dichtbij. Dat is het geval wanneer u wordt
gevraagd: gelooft u in de opstanding van Christus?
Als u die waarschuwing van zo-net niet ter harte neemt, dan zal uw antwoord
zijn: ja natuurlijk, ik geloof in de opstanding van Christus. Maar:
eer dat u het weet hebt u Christus gelijkgesteld aan een oud-oosterse
god.
Hoe moet het dan wel?
Wat is dan het goede antwoord?
Wel, wij zijn toch lutheranen? Niet de opstanding staat centraal; zelfs
niet de opstanding van Christus. Christus zelf staat in het middelpunt.
Ik kan me voorstellen dat iemand hier denkt: ‘nou, maak dat nou zoveel
verschil?'
Wel zeker maakt dat verschil! Als Christus in het middelpunt staat, dan
komt ook die opstanding er anders uit te zien. We halen die weg uit het
heidendom.
Kijk eerst maar eens terug, de bijbelse drie dagen terug. Christus gekruisigd,
dat is hier een sleutel- gebeuren. Ik bedoel, dat je de gekruisigde Christus
en de opgestane Christus bij elkaar moet houden. Dat is wel niet Joods,
maar heeft wel een Joodse achtergrond.
Even een klein stukje geschiedenis, Joodse geschiedenis. Al in de tweede
eeuw voor Christus hadden de Joden veel te lijden onder vervolging en
verdrukking. Vreemde volkeren verboden hen, hun godsdienst te belijden.
De Egyptenaren, de Syriërs, en tenslotte de Romeinen.
Er vielen slachtoffers. Joden die stierven voor hun geloofsovertuiging.
Nu weet u misschien, dat Joden tegen lijkverbranding zijn. De slachtoffers
van geloofsvervolging, martelaren, werden dus ter aarde besteld.
In de tweede eeuw voor Christus kwamen Joden bij elkaar op de graven van
die martelaren. Daar gingen zij in gebed en samen kwamen zij tot de gezamenlijke
overtuiging: deze martelaren staan in de bijzondere gunst van God zelf.
Zij worden naar ziel en lichaam bewaard in deze graven.
Er is nu heel veel meer bekend over de godsdienstige gebruiken en gewoonten
van het Joodse volk in de laatste eeuw voor Christus. We weten nu, dat
de Joden toen steeds duidelijker het geloof in de opstanding gingen verwoorden.
Opstanding, maar dan niet als een soort natuurgebeuren, zoals bij de volkeren
rondom hen. Goden die uit de dood verrezen, en zo de natuur weer op gang
brachten, zodat het lente kon worden. Nee, zó niet!
Vergeet nooit, dat Joden door de eeuwen heen veel hebben moeten lijden,
en dat ze tot de dag van vandaag te lijden hebben onder minachting, verdachtmaking,
tot terrorisme toe. Even voor alle duidelijkheid: ik praat hiermee de
oorlogsdaden van de staat Israël niet goed. Die oorlogsdaden zorgen ervoor,
dat vele onschuldige Joden over heel de wereld nog meer te lijden hebben.
De profeten van het Israël van de Bijbel zijn heel duidelijk: het lijden
van Israël heeft een oorzaak:
het verlaten van God en het verwaarlozen van het onderhouden van zijn
beloften en geboden. Maar het zijn nu ook de gelovige Joden die te goeder
trouw zijn, die te lijden hebben onder de oorlogsdaden van de staat Israël.
Zo is het al eeuwen lang gegaan. Het waren en het zijn de oprechten, de
rechtvaardigen, zij die niet opvallen maar toch groot zijn in de liefde
tot God en de naaste – zij zijn de mensen die zo vaak de grootste klappen
moeten incasseren.
Zo komt hier de Christus Jezus in beeld. Maak hem nooit los uit het Israël
van de Bijbel, laat hem een Jood blijven. Want anders is hij geen martelaar
meer, maar maakt u van hem een heidense halfgod, verrezen uit de dood
van de winter om het leven van de lente mogelijk te maken.
Jezus heeft nooit een halfgod willen zijn; hij wees verering af. Als er één Jood is geweest die anti-heidens was, dan is het wel de Christus Jezus.
Gelovige Joden hebben zich altijd verzet tegen het heidendom rondom hen.
Vooral wanneer die heidense godsdiensten hun werden opgedrongen.
En is meer: ook wanneer de eigen Joodse godsdienst in corrupte vorm, bedorven
en verknoeid – wanneer die hun werd opgedrongen. Wat heeft Jezus met veel
inzet en moeite zich dáár tegen verzet. Het heeft hem het leven gekost.
Zo is hij martelaar geworden zelfs binnen de eigen Joodse geloofsgemeenschap.
Ongekend, ongehoord !
Wat vindt u, wat hebt u er aan dat de Christus Jezus een martelaar is geweest? Moet u dat vieren op dit Paasfeest?
Wij belijden dat Christus de opgestane Heer is, het levende Woord, maar,
dat is niet zomaar alleen voor ons.
Heel veel kerkgangers halen op het Paasfeest de opstanding naar zichzelf
toe. Hoe menselijk is dat toch, wij willen er wat aan hebben.
Maar zijn wij dan zo onvolwassen dat we alleen maar blij kunnen zijn wanneer
we wat krijgen?
Laten wij onzelf, als christelijke kerkgemeente, laten wij onszelf zetten
in een groter verband: in de hele wereldkerk. Die grote christelijke geloofsgemeenschap
juist daar, waar zij zoveel vervolging, martelaarschap, te lijden heeft.
Het is een bewezen feit, dat het de christenen zijn die het meest onderdrukt
en vervolgd worden, her en der in landen waar andere geloofsovertuigingen
de meeste aanhangers hebben. Deze week las ik, dat er 388.000 christenen
in enigerlei vorm slachtoffer zijn.
Maar laten we ons niet beperken tot het christendom, want, overal in de
wereld worden mensen laatdunkend en minachtend behandeld om hun geloof.
Laten wij dan, op dit Hoogfeest van Pasen, de opgestane Christus belijden:
hem vereren, bezingen en aanbidden als de martelaar bij uitstek !
Zie naar hem, en u ziet een martelaar omwille van zijn diepste overtuiging.
Maar, een martelaar die door zijn hemelse Vader is opgewekt uit de doden.
De verrezen Christus – dat wil zeggen: God de Vader laat deze martelaar
niet wegzinken in een dood van wrede mishandeling die uitloopt op een
wegdoen uit dit leven.
Het is om onzentwille, dat wij niet blijven steken in zelfbehagen en
stompzinnige tevredenheid met wat wij ‘ons geloof' noemen. Talloze kerkmensen
zetten hun eigen geloof in het middelpunt en niet de opgestane Christus.
Geloven is vertrouwen – en echt vertrouwen gaat heel diep, totdat wij
zijn bij de doden: en daar is de Christus Jezus. Daar alleen zijn wij echt solidair, lotsverbonden, samen
met allen die lijden aan de afbraak van alles wat de God
zo goed bedoeld heeft in schepping. Het lijden aan het lichaam en de
geest, het bederf in de natuur, het kwaad van bedrog tot en met wrede oorlog
... . Dat alles samengevat in die ene Christus Jezus die moest neerzinken
tot die diepduistere plaats waar de doden zijn.
Christus, de opgewekte en verrezene, hem bezingen en aanbidden wij, omdat
God de Vader hem niet heeft laten vallen, niet heeft laten liggen bij
de doden.
Hij is de martelaar die volledig in ere hersteld is.
Zouden wij dan ook niet samen met hem alle vervolgden en gemartelden serieus
nemen, ook met ere behandelen?
We leven in een tijd waarin oorlog er weer bij gaat horen, en die steeds
dichterbij komt.
Wat zien we? Het zijn weer de gewone, eenvoudige mensen die het slachtoffer
zijn. Welke paasboodschap hebben wij, als kerkgemeenschap voor hen?
De Christus-verkondiging? Jawel, maar daar zijn zij als het ware een onderdeel
van.
Wij vereren en bezingen de levende Christus Jezus ten behoeve van deze
wereld, waar zovelen geen leven hebben, niet mogen hebben, het leven verliezen...
.
Christus draagt de zonden van de wereld, zingen wij.
Wij belijden de opgestane Christus , dat hij is de ware toekomst van
Gods schepping. Alleen zo mogen wij geloven dat wij met Christus zijn
opgestaan –
Zingen wij het lied van onze opstanding: L. 630
