PREDIKANTEN IN DE EVANGELISCH-LUTHERSE GEMEENTE ZIERIKZEE
De derde predikant van onze gemeente was:
Ds. Johann Heinrich Mellinghaus
Hij deed zijn intrede op 08 december 1737.
Op 24 april 1745 heeft hij afscheid genomen omdat hij beroepen was naar Papamaribo.
Er is weinig over hem terug te vinden. Een bijzonderheid die tijdens zijn ambtsperiode
gebeurde, was dat in 1743 de galerij werd gebouwd.
De vierde predikant van onze gemeente was:
Ds. Enricus Fredericus Alberti
Hij deed zijn intrede op 13 februari 1746.
Op 19 februari 1747 heeft hij afscheid genomen omdat hij beroepen was naar Dordrecht.
portret door Jac. Buys
Ds. Alberti werd geboren 1723 te Emmerik en is overleden te Amsterdam in 1788.
Hij studeerde theologie te Halle en werd 18 februari 1746 predikant bij de Lutherse gemeente Zierikzee.
Februari 1747 trok hij naar Dordrecht, en op 10 april 1768 deed hij intrede in Amsterdam.
In 1780 deed hij hier met zijn ambtgenoot J. Klap verschijnen: '... eene in menig opzicht verbeterde uitgave van den
Lutherse Bijbel,' welke uitgave in 1832 te Dordrecht werd herdrukt en nog tijden lang als de Bijbel der 'Herstelden' werd aangezien.
De herziene uitgave van 1823 was de 'Evangelischen.'
Bij de opkomende moeilijkheden in de Amsterdamse gemeente behoorde hij tot de 'partij des behouds.'
In 1788 – na zijn dood – verschenen van hem bij de Wed. David Weege: 'Leerredenen opentlijk gehouden te Amsterdam 22 en 25 Nov. 1767,'
Dit om te voorkomen, dat een bij L. Groenewoud verschenen Proefpredicatie, die op zijn naam, doch zonder medeweten was uitgegeven, tegen hem en zijn aanhangers
kon worden uitgespeeld.
Zijn in 1769 door Jac. Buys geschilderd portret is door Jac. Houbraken gegraveerd.
De vijfde predikant van onze gemeente was:
Ds. Henricus Franke
Hij deed zijn intrede op 9 april 1747.
Op 14 mei 1752 heeft hij afscheid genomen omdat hij beroepen was in Batavia.
De bemoeienis van de lutherse gemeente te Amsterdam met de Lutheranen in de vestigingen overzee vloeide
voort uit haar synodale activiteiten.
Zoals de gemeenten in de Nederlandse gewesten bij de Amsterdamse kerkenraad aanklopten om steun,
zo deed men ook in de koloniën. Daar zal in den beginne veelal samenwerking geweest zijn tussen
lutheranen en gereformeerden (zeker geldt dat voor Suriname en Kaap de Goede Hoop), alvorens men
een zelfstandige gemeente wilde stichten.
Had men dit laatste bereikt, dan behield evenwel Amsterdam een grote invloed: die gemeente leverde de
predikanten.
Ik volsta hier met de opsomming van die feiten die het kader vormen waarbinnen zich de activiteiten
van de kerkeraad en de onderhavige commissies hebben afgespeeld en die de opmaat vormen tot de
stichting van de overzeese kerkelijke gemeenten.
Batavia
1742: De aanstaande gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Baron van Imhoff, verkrijgt bij de
Staten-Generaal het recht van vrijheid van godsdienst voor de lutheranen te Batavia en Kaap de Goede Hoop.
Op zijn aanraden stuurt ds. van Garel, lid van het consistorie te Amsterdam, ter effectuering een
verzoek om godsdienstvrijheid naar de gouverneur van Batavia en die van de Kaap.
Van Imhoff verzoekt nu deze vrijheid voor Batavia aan de Heren XVII, die hierop positief beslissen.
1744: De kerkeraad van Amsterdam belast de reeds bestaande commissie betreffende de aangelegenheden van
de Kaap nu ook met de zaken betreffende Batavia.
De Heren XVII besluiten - de beslissingen van de gouverneur en raad van Indië overnemend:
1. de lutheranen mogen een kerk bouwen.
2. zij mogen twee predikanten beroepen, die echter geboren moeten zijn in de Nederlanden en bij de Heren
XVII moeten worden voorgedragen.
Beroepen predikanten krijgen een gratis overtocht, maar hun zal niet toegestaan worden '... aldaar
te (...) jouisseeren *) van zodanige provisiën uit 's compagnies pakhuizen,' welk recht de gereformeerde
predikanten te Batavia wel genieten.
1746: Christoffel Michels gaat als eerste predikant en Johannes Goon als voorzanger naar Batavia.
1752: Henricus Franke vertrekt als tweede predikant naar Batavia.
*) profiteren
