DE OPENBARING AAN JOHANNES

Ἀποκάλυψις Ἰησοῦ Χριστοῦ, ἣν ἔδωκεν αὐτῷ ὁ θεός, δεῖξαι τοῖς δούλοις αὐτοῦ ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει (Ap. 1:1)

Het woord ‘apocalyps’ betekent letterlijk: onthulling. In de titel van het laatste bijbelboek gaat het om de onthulling aan Johannes van de toekomende dingen.
Apocalyptiek is een onderdeel van de eschatologie: de leer der laatste dingen.

Lees Griekse grondtekst Ap. 1:1

Ἀποκάλυψις Ἰησοῦ Χριστοῦ, ἣν ἔδωκεν αὐτῷ ὁ θεός, δεῖξαι τοῖς δούλοις αὐτοῦ ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει (Rev 1:1)

In de laatste drie eeuwen voor Christus onstond er onder het Joodse volk een soort heimwee naar het optreden van profeten. Waar waren de profeten die vroeger het volk vertroostten met de aanzegging van Gods heil? Het Joodse volk hoopte op de komst van de profeten.

Lees teksten over de hoop op profeten (1 Makkabeeën & Zacharia)

καὶ ἀπέθεντο τοὺς λίθους ἐν τῷ ὄρει τοῦ οἴκου ἐν τόπῳ ἐπιτηδείῳ μέχρι τοῦ παραγενηθῆναι προφήτην τοῦ ἀποκριθῆναι περὶ αὐτῶν (1Makk 4:46)
(Judas en de priesters) 46 ... legden de stenen op een passende plaats op de tempelberg, in afwachting van het optreden van een profeet die daarover een uitspraak zou doen. (1Makk 4:46 W95)

καὶ ἐγένετο θλῖψις μεγάλη ἐν τῷ Ισραηλ ἥτις οὐκ ἐγένετο ἀφ᾽ ἧς ἡμέρας οὐκ ὤφθη προφήτης αὐτοῖς (1Makk 9:27)
27 Israël werd heviger onderdrukt dan ooit, sinds het optreden van de laatste profeet. (1Makk 9:27 W95)

καὶ ὅτι οἱ Ιουδαῖοι καὶ οἱ ἱερεῖς εὐδόκησαν τοῦ εἶναι αὐτῶν Σιμωνα ἡγούμενον καὶ ἀρχιερέα εἰς τὸν αἰῶνα ἕως τοῦ ἀναστῆναι προφήτην πιστὸν (1Makk 14:41)
41 Ook was hij (koning Demetrius) ervan in kennis gesteld, dat de Judeeërs en hun priesters besloten hadden dat Simon voor altijd hun leider en hogepriester zou zijn - tenzij er een betrouwbaar profeet zou komen die anders zou beslissen. (1Ma 14:41 W95)

καὶ ἔσται ἐν τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ λέγει κύριος ἐξολεθρεύσω τὰ ὀνόματα τῶν εἰδώλων ἀπὸ τῆς γῆς καὶ οὐκέτι ἔσται αὐτῶν μνεία καὶ τοὺς ψευδοπροφήτας καὶ τὸ πνεῦμα τὸ ἀκάθαρτον ἐξαρῶ ἀπὸ τῆς γῆς (Zach 13:2)
2 Op die dag - godsspraak van de HEER van de machten - vaag Ik de namen van de afgoden weg uit het land, zodat ze niet meer vernoemd worden; ook de profeten en de geest van onreinheid zal ik het land uitjagen. (Zach 13:2 W95)

De apocalypticus heeft niet veel vertrouwen in het heden. Het lijkt wel of de aanvechting hem teveel geworden is.
Hij richt zich op de eindtijd - dan zal de Heer ingrijpen. En zo kan hij het volk oproepen tot volharding.

Alle treurnis ten spijt, eenmaal komt die tijd van de totale overwinning van de Heer. In pakkende beelden en schrille kleuren beschrijft de apocalyptiek de huidige boze wereld, de chaos gestaag toeneemt, de demonische krachten van de eindtijd, en het oordeel op de Dag van de Heer. Werkelijkheid en onwerkelijkheid spelen door elkaar. Symbooltaal te over. Alles draait om het openbaar-maken van het toekomstige heil. Aan dit openbare-maken ontleent dit genre zijn naam. “Apocalypsis” betekent “onthulling”, “ont-dekking”.

Apocalyptiek voor en na Christus

Er zijn apocalyptische gedeelten aan te wijzen in het boek Ezechiël en Jesaja, ook in het boek Joël en Zacharja.
Een zelfstandig genre is het pas in het boek Daniël, tenminste, als we ons beperken tot de Geschriften, het jongste onderdeel van de Joodse Bijbel.
Het onofficiële karakter, en vaak obscure ontstaan van apocalyptische geschriften, stond canonisatie (rond 150 v. Chr.) in de weg. Het verwondert ons niet dat Daniël tot de geschriften wordt gerekend als we weten, dat het in de Makkabese vrijheidsoorlog (jaren 60 van de tweede eeuw) is ontstaan. Daniël is dus gecanoniseerd, maar menig apocrief apocalyptisch werk is waard, even genoemd te worden:

1. IV Esra: gezaghebbend werk, ook in de Oude Kerk. Oudste stukken dateren van ±150 v. Chr.
2. Henoch: ook gezaghebbend. Het is gevonden in Ethiopische vertaling. Vandaar de naam: Ethiopische Henoch. Ontstaan valt in de laatste twee eeuwen v. Christus. Hieruit wordt geciteerd in Judas 14 en. (De Slavische Henoch is een heel ander werk)
3. De Apocalyps van Baruch: ontstaanstijd 70 na Christus. Weinig invloed op de Oude Kerk.
4. De Testamenten van de Twaalf Patriarchen: ontstaan ±100 voor Christus. Geringe invloed.

Zo zijn er nog vele “Testamenten” en “Apocalypsen” te noemen.
Sommige geschriften hebben we niet meer. Zoals de “Hemelvaart van Mozes”, voor een deel verloren gegaan. Daaruit hebben we een citaat in Judas 9!

Johannes en de engel
De engel bezoekt Johannes
13de eeuws Brits ms
Het boek Openbaring van Johannes past heel goed in deze sfeer. Een vergelijking met de plaats van het boek Daniël in Tenach dringt zich aan ons op. In de kerkgeschiedenis komen we deels enthousiaste, deels gereserveerde stellingnames tegen over de Apocalyps. Luther bijvoorbeeld, had moeite met dit boek. Calvijn weigerde het te becommentariëren.

Zo zijn we bij de apostelgeschriften, het zogenaamde Nieuwe Testament aanbeland.

In de tijd van Jezus bloeide de apocalyptiek. Begrijpelijk, in een tijd van strikte wetsonderhouding, verplicht door de religieuze leiders.
Het is belangrijk om na te gaan, hoe Jezus zich opgesteld heeft tegenover de apocalyptiek. Apocalyptiek als het in-beeld-brengen van de eschatologische verwachting is er bij hem, maar heel sober van karakter.
Beelden als:
het verschijnen van de Mensenzoon op de wolken;
het zitten van de discipelen op 12 tronen;
de zon wordt verduisterd;
de maan wordt bloed;
vallen van de sterren
zijn ontleend aan de apocalyptiek maar geven niets nieuws.

Paulus, zeer eschatologisch gezind, verliest zich nog minder in apocalyptiek.
De enkele beelden die hij gebruikt zijn:

het de Heer tegemoet gevoerd worden in de lucht;
de stem van de aartsengel;
het klinken van de bazuin;
het optreden van de zoon-der-verderfenis.

Het boek Apocalyps doet ons weer midden in de apocalyptiek terechtkomen.
Friedrich Heiler, beroemd godsdiensthistoricus, zegt dat dit boek op het eerste gezicht zich voordoet als een bont mozaïek, waartoe Babylonische-hellenistische kosmologie en astrologie, Pythagorese getallen mystiek, oud-testamentische en laat-joodse apocalyptiek, orfische voorstellingen van het hiernamaals en Perzisch-dualistische opvattingen over de eindtijd de bouwstenen hebben geleverd.

Gelukkig dat Heiler de woorden “op het eerste gezicht” gebruikt. Het gaat er ons nu om, vast te stellen wat zo in het algemeen het verschil is tussen joodse- en christelijke eschatologie is en in het bijzonder hoe zich dat manifesteert in het boek Openbaring.

Het is niet toereikend om het apocalyptische denken van het Nieuwe Testament geheel te verklaren vanuit een spanning tussen “Naherwartung” en “Parusieverzögerung”.
Het gevaar dreigt dan, dat we de persoon van Jezus Christus zien als een verlengstuk van de Heer. Dan maken wij hem tot een soort engel die Gods wil uitvoert, en daarvoor kunnen we wel bij de joodse apocalyptiek blijven.

De joodse apocalyptiek leidt ons in in de geheimenissen van de kosmos en de toekomende dingen. Ze doet pogingen, de Dag van de Heer te traceren binnen een schema van ingewikkelde en mysterieuze berekeningen. Nee, zegt Jezus, die Dag weet alleen de Vader, Matt 24: 36.
Het gaat dus ook niet om een berekening of een bonte beschrijving van de Dag van de Heer.

De christelijke eschatologie is Christocentrisch. En dat geldt ook voor de christelijke apocalyptiek van het boek Openbaring.
In traditionele beelden wordt ons getoond, dat heel de zogenaamde tussentijd - dat is de tijd tussen Christus’ historische verschijning en de jongste dag - zijn betekenis, zijn zin ontleent aan het werk van Jezus Christus op aarde.


De Joodse apocalyptiek stelt haar prioriteit in de politieke ondergeschiktheid, de klacht hierover, en het gevoel dat alles zo ondoorzichtig, en de Heer zo ver weg is. Pas daarna wekt ze de lezers op, staande te blijven omdat de Heer zeker komt.
De christelijke apocalyptiek stelt een andere prioriteit: ze zegt, dat in het Lam - dat wil zeggen Christus - de zin en het doel van de geschiedenis is geopenbaard. Jezus Christus is God-met-ons, en dat houdt ons staande in de verdrukking.


De opbouw van het boek Openbaring

Een boek kun je indelen middels uiteenlopende criteria. De theologische kijk die men heeft op de Apocalyps speelt hier een grote rol. Wie zich dat bewust is, kan zich het beste laten leiden door het getal zeven, dat in de Apocalyps zulk een grote plaats inneemt.

Het schema van de Apocalyps vind u in bijgaande tabel (klik daarop om het te raadplegen).
Te zien is een alternerend patroon, waardoor enerzijds het grondschema duidelijk is: zeven groepen van zeven.
Anderzijds valt het aantal tussenstukken en inleidingen op.


II. Personen en Personificatie in de Apocalyps

De eerste groep:
7: 1-8 de verzegelden uit de 12 stammen
7: 1-8 14: 1-8 het zaad van de vrouw
12: 17 de heiligen
13: 7,10 17: 6,14 18: 24 geroepenen, uitverkorenen en gelovigen

De tweede groep:
7: 9-17 de zielen der genen, die gedood zijn om het Woord Gods en het getuigenis dat zij hebben
6: 9 een grote schare niemand tellen kan, uit alle natiën, geslachten en volkeren en talen
7: 9-17 15 :2 zij die deel hebben aan de overwinning op het beest

Hier volgen resultaten uit de exegese betreffende de personen en personificaties in de Apocalyps.
Deze gegevens kunnen dienen als ruggensteun bij de exegese van diverse passages.

Het Godsvolk

Er zijn nogal wat termen waarmee het godsvolk in de Apocalyps getypeerd wordt. Je kunt dan ook weer een verdeling aanbrengen tussen het godsvolk op aarde (ecclesia militans) en het godsvolk in de hemel (ecclesia triumphans).
Op aarde zijn de ecclesia, de gemeenten.
In diverse teksten komen wij de uitdrukking “heiligen” tegen.
Wie een goed overzicht heeft over de theologie van het Nieuwe Testament, weet, dat het niet juist is deze term te beperken tot de Joden-christenen.

Paulus past de term nu eens toe op de “moedergemeente” Jeruzalem:

Teksten: Rom 15:25; 1 Kor 16:1; 2 Kor 8:4

Νυνὶ δὲ πορεύομαι εἰς Ἰερουσαλὴμ διακονῶν τοῖς ἁγίοις. (Rom 15:25 NA28)
Maar nu ben ik op reis naar Jeruzalem ten dienste van de heiligen. (Rom 15:25 NBG)

Περὶ δὲ τῆς λογείας τῆς εἰς τοὺς ἁγίους ὥσπερ διέταξα ταῖς ἐκκλησίαις τῆς Γαλατίας... ... ἀπενεγκεῖν τὴν χάριν ὑμῶν εἰς Ἰερουσαλήμ (1 Kor 16:1a,3b NA28)
Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, zoals ik het in de gemeenten van Galatië geregeld heb ... ... om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen. (1 Kor 16:1a,3b NBG)

δεόμενοι ἡμῶν τὴν χάριν καὶ τὴν κοινωνίαν τῆς διακονίας τῆς εἰς τοὺς ἁγίους (2 Kor 8:4 NA28)
... ons vragend, deel te mogen nemen aan het dienstbetoon voor de heiligen. (2 Kor 8:4 NBG)

dan weer op de gemeente van de heidenchristenen:

Teksten: Rom 1:7; 1 Kor 1:2

...πᾶσιν τοῖς οὖσιν ἐν Ῥώμῃ ἀγαπητοῖς θεοῦ, κλητοῖς ἁγίοις, χάρις ὑμῖν καὶ εἰρήνη ἀπὸ θεοῦ πατρὸς ἡμῶν καὶ κυρίου Ἰησοῦ Χrostou. (Rom 1:7 NA28)
... aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. (Rom 1:7 NBG)

... τῇ ἐκκλησίᾳ τοῦ θεοῦ τῇ οὔσῃ ἐν Κορίνθῳ, ἡγιασμένοις ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ, κλητοῖς ἁγίοις... (1 Kor 1:2 NA28)
... aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen ... (1 Kor 1:2 NBG)

Het tweede boek van Lucas, Handelingen, lijkt de term over het algemeen te reserveren voor de Joden-christenen:

Teksten: Hand 9:13; 26:10

ἀπεκρίθη δὲ Ἁνανίας· κύριε, ἤκουσα ἀπὸ πολλῶν περὶ τοῦ ἀνδρὸς τούτου ὅσα κακὰ τοῖς ἁγίοις σου ἐποίησεν ἐν Ἰερουσαλήμ. (Hand 9:13 NA28)
Ananias antwoordde: Here, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen te Jeruzalem aangedaan heeft. (Hand 9:13 NBG)

ὃ καὶ ἐποίησα ἐν Ἱεροσολύμοις, καὶ πολλούς τε τῶν ἁγίων ἐγὼ ἐν φυλακαῖς κατέκλεισα· (Hand 26:10a NA28)
wat ik dan ook gedaan heb te Jeruzalem; en ik heb vele van de heiligen in gevangenissen opgesloten. (Hand 26:10a NBG)

Toch ligt in de strekking van dit boek besloten hetgeen Paulus expliciet onder woorden brengt, dat de volkeren ingeënt zijn op de heilige tronk Israël:

Tekst: Rom 11:17

Εἰ δέ τινες τῶν κλάδων ἐξεκλάσθησαν, σὺ δὲ ἀγριέλαιος ὢν ἐνεκεντρίσθης ἐν αὐτοῖς καὶ συγκοινωνὸς τῆς ῥίζης τῆς πιότητος τῆς ἐλαίας ἐγένου (Rom 11:17 NA28)
Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen... (Rom 11:17 NBG)

Nu de scheidsmuur van een tot “Wet” verworden Thora weggebroken is door Christus is er vrede tussen Joden-christenen en heidenchristenen.
In Christus zijn Joden en volkeren één. Zo zijn dan de christenvolkeren huisgenoten:

Teksten: Ef 2:14-15 en Ef 2:19

Αὐτὸς γάρ ἐστιν ἡ εἰρήνη ἡμῶν, ὁ ποιήσας τὰ ἀμφότερα ἓν καὶ τὸ μεσότοιχον τοῦ φραγμοῦ λύσας, τὴν ἔχθραν ἐν τῇ σαρκὶ αὐτοῦ, τὸν νόμον τῶν ἐντολῶν ἐν δόγμασιν καταργήσας, ἵνα τοὺς δύο κτίσῃ ἐν αὐτῷ εἰς ἕνα καινὸν ἄνθρωπον ποιῶν εἰρήνην (Ef 2:14,15 NA28)
Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen. (Ef 2:14-15 NBG)

Ἄρα οὖν οὐκέτι ἐστὲ ξένοι καὶ πάροικοι ἀλλ’ ἐστὲ συμπολῖται τῶν ἁγίων καὶ οἰκεῖοι τοῦ θεοῦ (Ef 2:19 NA28)
Zo bent ge dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods. (Ef 2:19 NBG)

Daaruit blijkt de “uitnemendheid” van de Joden, R 3: 1, omdat daartoe de volkeren gerekend worden. Zij delen nu allen in de zegen van Abraham.

Dit is onzes inziens de verklaring van het getal 144.000.
12 × 12 - tweemaal het getal van Israël - Joden en volkeren samen, en dat in een onmetelijke volheid: 1000. Dat is het Godsvolk op aarde.
Het is verzegeld: dit betekent dat zij alleen zullen lijden wanneer de Heer het toestaat.

Dit volk is niet geacht bij de wereld van de religie en de koophandel. Het kan zich alleen maar staande houden door het bewaren van de geboden van God en het geloof van Jezus. Anders gezegd: het leeft vanuit Gods Koningsheerschappij en vanuit het betrouwbare werk van Jezus Christus, het geloof van Jezus.



Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.