DE OPENBARING AAN JOHANNES
De 144.000 zijn παρθένοι, partenooi, letterlijk: maagden. Dit betekent niet dat zij monniken, asceten zijn, maar dat zij zich niet vergrepen hebben aan de zwakken - waarvan de γυναῖκες, vrouwen, een beeld zijn. Zij zijn de tegenhangers van de machtswellustige geweldenaars van deze wereldeeuw.
Hoofdstuk 14:4c
... οὗτοι ἠγοράσθησαν ἀπὸ τῶν ἀνθρώπων ἀπαρχὴ τῷ θεῷ καὶ τῷ ἀρνίῳ. (Rev 14:4c NA28)
... dezen zijn losgekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. (Openb 14:4c NBG)
Hoofdstuk 14:4c zegt dat zij zijn losgekocht, vrijgekocht van de mensen. Deze uitdrukking komt voor in het Oude Testament. De kinderen Israëls volgden voortdurend de andere goden: dat werd hoererij genoemd.
vers 14b
... οὗτοι οἱ ἀκολουθοῦντες τῷ ἀρνίῳ ὅπου ἂν ὑπάγῃ. (Rev 14:4b NA28)
... dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat. (Openb 14:4b NBG)
Maar volgens vers 14b volgen de 144.000 alleen het Lam, τo ἀρνίov.
De gemeente van het Lam zouden we kunnen noemen: het verhulde Messiaanse Rijk. Christus is daar reeds in present,
1: 17b,18
... Μὴ φοβοῦ· ἐγώ εἰμι ὁ πρῶτος καὶ ὁ ἔσχατος καὶ ὁ ζῶν, καὶ ἐγενόμην νεκρὸς καὶ ἰδοὺ ζῶν εἰμι εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων, καὶ ἔχω τὰς κλεῖς τοῦ θανάτου καὶ τοῦ ᾅδου. (Rev 1:17b-18 NA28)
... Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. (Openb 1:17b-18 NBG)
De zeven sterren die hij in zijn hand heeft, zijn de zeven engelen, οἱ
ἄγγελοι, in hfdst. 2 en 3.
Het zevental staat voor de volheid van de Messiaanse gemeenten. Christus heerst ook door zijn gemeenten, wanneer die “het getuigenis van Jezus” vasthouden. Zo hoort het lijden van de gemeenten bij het lijden van hun Heer.
De engelen, dienstvaardige geesten, hebben geen bestaan in zichzelf, maar ontlenen hun bestaan aan hun dienende verbondenheid aan hun Heer. Dat is voor de oosterling een revolutionaire gedachte. Vooral omdat het zevental gebruikt wordt.
We weten al dat Tenach het karakter van een anti-heidens getuigenis heeft. Dat geldt zeker ook voor het Nieuwe Testament. De volkeren meenden, dat de “zeven sterren” de eigenlijke beheersers van het aardse leven waren.
Je kunt de apostel geschriften ook een anti-judaïstisch getuigenis noemen. De Joden van die dagen redeneerden over de “zeven aartsengelen” die Gods wereldbestuur behartigden.
De gegevens uit Ezechiël en Daniel over de engelen werkten op de verbeelding: cf.
Zacharja 4, 10
שִׁבְעָה־אֵ֙לֶּה֙ עֵינֵ֣י יְהוָ֔ה הֵ֥מָּה מְשׁוֹטְטִ֖ים בְּכָל־הָאָֽרֶץ׃ (Zach 4:10b)
ἑπτὰ οὗτοι ὀφθαλμοὶ κυρίου εἰσὶν οἱ ἐπιβλέποντες ἐπὶ πᾶσαν τὴν γῆν. (Zach 4:10b LXX)
... die zeven zijn de ogen des HEREN, die de ganse aarde doorkruisen. (Zach 4:10b NBG)
Meesterlijk bestrijdt de Apocalyps deze speculatie door de zeven engelen te leggen in de rechterhand van Christus.
Deze polemiek met de oosterse astrologie kom je ook in hfdst. 4 en 5 tegen.
Vier dieren vol met ogen zijn rond de troon van God in de hemel. Volgens vers 8 van hfdst. 4 zijn ze ook van binnen vol met ogen.
Ogen staan voor sterren. En de namen van de dieren zijn de namen van de sterrenbeelden. In Ezechiël kunnen we deze dieren ook aantreffen daar dragen ze de troonwagen, הַמֶּרְכּ֡בָה van de Heer.
In de Apocalyps zijn ze enerzijds midden in de troon,
hfdst. 4:6
καὶ ἐνώπιον τοῦ θρόνου ὡς θάλασσα ὑαλίνη ὁμοία κρυστάλλῳ, καὶ ἐν μέσῳ τοῦ θρόνου καὶ κύκλῳ τοῦ θρόνου τέσσερα ζῷα γέμοντα ὀφθαλμῶν ἔμπροσθεν καὶ ὄπισθεν. (Rev 4:6 NA28)
En voor de troon was het als een glazen zee, kristal gelijk. En in het midden voor de troon en rondom de troon waren vier dieren, vol ogen van voren en van achteren. (Openb 4:6 NBG)
anderzijds rondom de troon.
Dat wordt zinvol wanneer we ons de troon voorstellen als de hemelkoepel, aan de binnenzijde waarvan de bedoelde sterrenbeelden te zien zijn. Zo zijn ze zowel door Ezechiël als door de ziener van de Apocalyps gestempeld tot dienaren van de Heer.
We zijn nog steeds in de sfeer van het Godsvolk. Want samen met de vier dieren vallen 24 ouderlingen voor de troon neer om te aanbidden.
Wie zijn die 24 ouderlingen?
Hier is het getal 24 een duidelijke aanwijzing. In het Oude Testament komen we in I Chr 25 24 afdelingen van tempelzangers tegen, en in I Chr 24: 24 priestergeslachten.
De Babyloniërs rekenden met 24 gesternten naast de 12 zodiak tekens.
De ene helft gold als lotsbepalers voor de levenden, de andere voor de doden.
Voor de volkeren waren dit vererenswaardige beelden. Ze hadden δόξα, luister of heerlijkheid, van zichzelf. Paulus wist daar ook van. De oosterse redenering hierachter was, dat het vuur een constitutief element was zowel van de menselijke geest (warme adem) als van zon, maan en sterren.
Het verschil tussen de intensiteit van die “vuurstof” was het verschil in δόξα.
Deze sterrenbeelden, constellaties van vuur, waren objecten van verering in het Oosten. Maar dat was niet het geval in Israël. Psalm 104 zegt, dat de Heer vlammend vuur tot zijn dienaren maakt, cf Hebr. 1. En in diezelfde brief staat: onze God is een verterend vuur.
Hij heeft deze angstaanjagende machten in beginsel reeds overwonnen.