DE OPENBARING AAN JOHANNES
pagina drie
De uitdrukking "oudsten" past heel goed bij de "sterrengeesten". Dat zie je in het boek Henoch. Misschien zijn dat wel die "vele duizenden heiligen", waarover Judas, vers 14, spreekt.
Judas 1:14
προεφήτευσεν δὲ καὶ τούτοις ἕβδομος ἀπὸ Ἀδὰμ Ἑνὼχ λέγων· Ἰδοὺ ἦλθεν κύριος ἐν ἁγίαις μυριάσιν αὐτοῦ,
"Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heer is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen..."
De Apocalyps laat de ouderlingen aan de Heer in de eerste plaats δόξαν καὶ τιμὴν καὶ δύναμιν geven! 4:11.
Openbaring 4:11
Ἄξιος εἶ, ὁ κύριος καὶ ὁ θεὸς ἡμῶν, λαβεῖν τὴν δόξαν καὶ τὴν τιμὴν καὶ τὴν δύναμιν, ὅτι σὺ ἔκτισας τὰ πάντα, καὶ διὰ τὸ θέλημά σου ἦσαν καὶ ἐκτίσθησαν.
"U bent het waard, Heere, onze God, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen."
Hetzelfde is het geval bij de aanbidding door de vier dieren, 4:9. Niet zij hebben het leven in zichzelf; alleen de Heer leeft in alle eeuwigheid.
Openbaring 4:9
Καὶ ὅταν δώσουσιν τὰ ζῷα δόξαν καὶ τιμὴν καὶ εὐχαριστίαν τῷ καθημένῳ ἐπὶ τῷ θρόνῳ, τῷ ζῶντι εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων,
"En telkens wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dankzegging brachten aan Hem Die op de troon zat en Die leeft in alle eeuwigheid..."
Rest ons nog de vraag, of de 24 ouderlingen gezien moeten worden als engelen of als "verhoogde
martelaren".
Voor het eerste pleit, dat ze taken hebben die engelen toebehoren: ze interpreteren geschouwde
gebeurtenissen, 5:5, 7:13-17 en 8:3-5.
Maar deze argumenten zijn niet sterk.
Openbaring 5:5; 7:13-17; 8:3-5
Openbaring 5:5: καὶ εἷς ἐκ τῶν πρεσβυτέρων λέγει μοι· Μὴ κλαῖε, ἰδοὺ ἐνίκησεν ὁ λέων ὁ ἐκ τῆς φυλῆς Ἰούδα, ἡ ῥίζα Δαυίδ, ἀνοῖξαι τὸ βιβλίον καὶ τὰς ἑπτὰ σφραγῖδας αὐτοῦ.
"En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken."
Openbaring 7:13-14: Καὶ ἀπεκρίθη εἷς ἐκ τῶν πρεσβυτέρων λέγων μοι· Οὗτοι οἱ περιβεβλημένοι τὰς στολὰς τὰς λευκὰς τίνες εἰσὶν καὶ πόθεν ἦλθον; ... Οὗτοί εἰσιν οἱ ἐρχόμενοι ἐκ τῆς θλίψεως τῆς μεγάλης...
"En een van de ouderlingen antwoordde en zei tegen mij: Dezen, die bekleed zijn met witte gewaden, wie zijn zij en waar zijn zij vandaan gekomen? ... Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen..."
Openbaring 8:3-4: καὶ ἄλλος ἄγγελος ἦλθεν καὶ ἐστάθη ἐπὶ τοῦ θυσιαστηρίου ἔχων λιβανωτὸν χρυσοῦν...
"En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan..."
De scheiding tussen de engelen en de ouderlingen is niet al te groot, cf. 7:11.
Openbaring 7:11
καὶ πάντες οἱ ἄγγελοι εἱστήκεισαν κύκλῳ τοῦ θρόνου καὶ τῶν πρεσβυτέρων καὶ τῶν τεσσάρων ζῴων, καὶ ἔπεσαν ἐνώπιον τοῦ θρόνου ἐπὶ τὰ πρόσωπα αὐτῶν καὶ προσεκύνησαν τῷ θεῷ,
"En al de engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren; zij wierpen zich met hun gezicht ter aarde voor de troon en aanbaden God."
In Jesaja 24:23 zijn de "oudsten" toch ook in de rol van dienaren betrokken in het koningschap van de Heer.
Jesaja 24:23
וְחֻּפְקָה הֹלָּבָנָה ו֭בוֹשָׁה הֹחֹמָּה כֻּי׳מָלֹךְ יְהוָה צְבָאוֹת בְּהֹקֹ צֹיּוֹן וּבָיוּשָׁלִֹם וְנֶגֶד זְקֹנָיו כָּבוֹד׃
"Dan zal de blanke maan schaamrood worden en de gloeiende zon beschaamd staan, want de HEERE van de legermachten zal Regeren op de berg Sion en in Jeruzalem; en voor Zijn oudsten zal heerlijkheid zijn."
Volgens Jezus zijn de gelovigen in de opstanding als engelen Gods in de hemel, Mattheüs 22:30b.
Mattheüs 22:30
ἐν γὰρ τῇ ἀναστάσει οὔτε γαμοῦσιν οὔτε γαμίζονται, ἀλλ’ ὡς ἄγγελοι ἐν τῷ οὐρανῷ εἰσιν.
"Want in de opstanding trouwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als engelen van God in de hemel."
Hun kleding spreekt van een behaalde overwinning, 3:5 en 4:4, en van reiniging door Christus' bloed - de kleur "wit."
Openbaring 3:5; 4:4
Openbaring 3:5: ὁ νικῶν οὕτως περιβαλεῖται ἐν ἱματίοις λευκοῖς, καὶ οὐ μὴ ἐξαλείψω τὸ ὄνομα αὐτοῦ ἐκ τῆς βίβλου τῆς ζωῆς...
"Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens..."
Openbaring 4:4: καὶ κυκλόθεν τοῦ θρόνου θρόνοι εἴκοσι τέσσαρες, καὶ ἐπὶ τοὺς θρόνους εἴκοσι τέσσαρας πρεσβυτέρους καθημένους περιβεβλημένους ἐν ἱματίοις λευκοῖς, καὶ ἐπὶ τὰς κεφαλὰς αὐτῶν στεφάνους χρυσοῦς.
"En rondom de troon stonden vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kronen op hun hoofd."
Tenslotte, het getal 24 is 2 × 12; dit betekent de eenheid van Joden en volkeren. Daarom zijn de vier en twintig ouderlingen de representanten van het godsvolk van alle eeuwen, en zij zitten op tronen, symboliseren dat hun de bevoegdheid tot oordelen is gegeven, cf. Mt 19:28, Lc 22:30 en 1 Kor 6:2,3.
Mattheüs 19:28; Lucas 22:30; 1 Korintiërs 6:2-3
Mattheüs 19:28: ...ὅταν καθίσῃ ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου ἐπὶ θρόνου δόξης αὐτοῦ, καθήσεσθε καὶ ὑμεῖς ἐπὶ δώδεκα θρόνους κρίνοντες τὰς δώδεκα φυλὰς τοῦ Ἰσραήλ.
"...wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, zult ook u op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen."
Lucas 22:30: ἵνα ἔσθητε καὶ πίνητε ἐπὶ τῆς τραπέζης μου ἐν τῇ βασιλείᾳ μου, καὶ καθήσεσθε ἐπὶ θρόνων τὰς δώδεκα φυλὰς κρίνοντες τοῦ Ἰσραήλ.
"Opdat u eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn koninkrijk en op tronen zit om de twaalf stammen van Israël te oordelen."
1 Korintiërs 6:2-3: ἢ οὐκ οἴδατε ὅτι οἱ ἅγιοι τὸν κόσμον κρινοῦσιν; ... οὐκ οἴδατε ὅτι ἀγγέλους κρινοῦμεν...;
"Of weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? ... Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen...?"
Meer over het "godsvolk in de hemel" bij de behandeling van
de πρώτη ἀνάστασις (Protè-Anastasis). (Zie cahier p. 16)
We zagen, dat in de getallen 144.000 en 24 het 2 × 12 of 12 × 12 een rol speelt, en weten
nu ook waarom. Om diezelfde reden is er in hfdst. 11 sprake van twee getuigen.
Hfdst. 11:1-14 met het daaraan voorafgaande hfdst. 10 samen, is een zelfstandig stuk tussen de zesde
bazuin en de zevende bazuin. Zo is er een vergelijkbaar zelfstandig stuk tussen het zesde
zegel en het zevende zegel, nl. cap 7.
Dit hfdst. 7 moet wel in verband staan met de "laatste momenten" van deze wereldtijd,
want 8:1 draagt het karakter van terughoudendheid: de ontknoping is nu zeer nabij, maar
wordt aan de ziener niet getoond. Het grote zwijgen is veelbetekenend: we kennen het vanuit
de joodse apocalyptiek als beeld van de oerchaos die aan het einde van deze wereldtijd
terugkeert, 4 Esra 7:30.
4 Ezra 7:30
Et convertetur saeculum in antiquum silentium diebus septem, sicut in prioribus initiis, ita ut non relinquatur quisquam.
"En de wereld zal zeven dagen lang terugkeren in de oeroude stilte, zoals in het allereerste begin, zodat er niemand overblijft."
Vanaf hfdst. 8:2 zien we een weergave van wat wij in het vervolg de tussentijd zullen noemen:
de tijd tussen de verhoging van Christus en de jongste dag.
Net zoals hfdst. 7, staat dan ook c. 10 - 11:14 in verband met wat de tijd na het leven
van Christus op aarde bestempelt als "laatste der dagen."
Dit mag ons ervoor waarschuwen, de visioenen van de Apocalyps niet logisch achter elkaar aan
te schakelen. Eén perikoop kan op zichzelf de hele tussentijd beschrijven; de ander die
daarop volgt, ook weer, maar dan op haar eigen wijze.
Zo mogen we hfdst. 11:1-14 op gelijke hoogte plaatsen met hfdst. 13. Een heel duidelijke
aanwijzing daartoe is de maatstaf 1260 dagen, 11:3 en 12:6.
Openbaring 11:3; 12:6
Openbaring 11:3: καὶ δώσω τοῖς δυσὶν μάρτυσίν μου, καὶ προφητεύσουσιν ἡμέρας χιλίας διακοσίας ἑξήκοντα περιβεβλημένοι σάκκους.
"En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwgewaad gekleed, duizendtweehonderdzestig dagen lang profeteren."
Openbaring 12:6: καὶ ἡ γυνὴ ἔφυγεν εἰς τὴν ἔρημον, ὅπου ἔχει ἐκεῖ τόπον ἡτοιμασμένον ἀπὸ τοῦ θεοῦ, ἵνα ἐκεῖ τρέφωσιν αὐτὴν ἡμέρας χιλίας διακοσίας ἑξήκοντα.
"En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, door God gereedgemaakt, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen."
Vooruitlopend op wat er van hfdst. 12 te zeggen valt, constateren we dat hfdst. 12 zegt,
dat met de geboorte van het kind (= de Messias) en diens wegneming naar de hemel,
de vervolging van de gemeente begint.
Dat past bij hfdst. 11, want vervolging en μαρτυρία (marturia) horen
bij elkaar.
En het gaat in hfdst. 11 om twee getuigen, en dit tweetal is de volheid der nieuwtestamentische
gemeente.
Het achterliggende beeld is dat van Mozes en Elia, die macht over rivieren en regens
hadden, cf. vs 6. Het gaat hier meer om verwijzing en karakterisering
dan om een wonder.
Openbaring 11:6
οὗτοι ἔχουσιν τὴν ἐξουσίαν κλεῖσαι τὸν οὐρανόν, ἵνα μὴ ὑετὸς βρέχῃ τὰς ἡμέρας τῆς προφητείας αὐτῶν, καὶ ἐξουσίαν ἔχουσιν ἐπὶ τῶν ὑδάτων στρέφειν αὐτὰ εἰς αἷμα καὶ πατάξαι τὴν γῆν ἐν πάσῃ πληγῇ ὁσάκις ἐὰν θελήσωσιν.
"Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen."
De ziener spreekt over de tempel te Jeruzalem. Hij gebruikt het historische feit, dat
Vespasianus en zijn troepen niet de eigenlijke altaardienst onmogelijk konden maken,
om vlijmscherp de verhouding tussen de vervolgende volkeren en de vervolgde gemeenten
weer te geven.
Het toneel van het drama is Jeruzalem. Dat is in de Apocalyps wel meer het beeld van
de leefwereld van de nieuwtestamentische gemeente. Zie bijvoorbeeld 20:9, en natuurlijk
hfdst. 21 v.a. vs 9.
Openbaring 20:9; 21:9 e.v.
Openbaring 20:9: ...καὶ ἐκύκλευσαν τὴν παρεμβολὴν τῶν ἁγίων καὶ τὴν πόλιν τὴν ἠγαπημένην...
"...en zij omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad..."
Openbaring 21:9b-10: ...Δεῦρο, δείξω σοι τὴν νύμφην τὴν γυναῖκα τοῦ ἀρνίου. καὶ ἀπήνεγκέν με ... καὶ ἔδειξέν μοι τὴν πόλιν τὴν ἁγίαν Ἰερουσαλὴμ καταβαίνουσαν ἐκ τοῦ οὐρανοῦ ἀπὸ τοῦ θεοῦ,
"...Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien. En hij ... toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, dat neerdaalde uit de hemel, bij God vandaan."
Laten we wel even vasthouden, dat die πόλις (polis), want in
die stad, die als symbool van het godsvolk mag gelden, is de Godszoon,
de Heer van dat volk, gekruisigd. Dit is een impliciete waarschuwing, dat de christenen
zich niet mogen verheffen boven de Judeërs.
Het lijden van Jezus Christus is het begin van de "eindtijd", de "tussentijd".
Hfdst. 11:1-14 zowel als hfdst. 12 zijn overzichten van deze tussentijd.
Dat overzicht is niet primair temporeel, dan wel kwalificerend bedoeld. Het Lam kan
het verzegelde boek openen. Het verzegelde boek is het inzicht in de geschiedenis.
Het Lam geeft ons dit inzicht, omdat in - en door Jezus Christus het koningschap van de
Heer aan de dag komt; dat bepaalt de zin van de geschiedenis.
Daarvan getuigen de beide gestalten van hfdst. 11. Zij zijn de gemeenten
die τὴν μαρτυρίαν Ἰησοῦ (1:5, 3:14)
bewaren, cf. 6:8; 12:11,17; 19:10 en 20:4.
Openbaring 1:5; 3:14; 12:17; 19:10; 20:4
Openbaring 1:5: καὶ ἀπὸ Ἰησοῦ Χριστοῦ, ὁ μάρτυς ὁ πιστός...
"en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is..."
Openbaring 3:14: ...Τάδε λέγει ὁ Ἀμήν, ὁ μάρτυς ὁ πιστὸς καὶ ἀληθινός...
"...Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige..."
Openbaring 12:17: ...τῶν τηρούντων τὰς ἐντολὰς τοῦ θεοῦ καὶ ἐχόντων τὴν μαρτυρίαν Ἰησοῦ.
"...die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben."
Openbaring 19:10: ...ἡ γὰρ μαρτυρία Ἰησοῦ ἐστιν τὸ πνεῦμα τῆς προφητείας.
"...Het getuigenis van Jezus is immers de geest van de profetie."
3 ½ dag liggen hun lijken op straat. 3 ½ dag is natuurlijk ten nauwste verwant met de 3 ½ tijden. Het getal zelf ziet op de tussentijd. Het is het gebroken zevental, de periode die geen volledige duur heeft. In het geval van 3 ½ dag wordt de korte tijd van die periode beklemtoond. Ter wille van de ἐκλεκτοί (eklektoi) (1 Makk 14:41) worden de dagen van verdrukking verkort, Mt 24:22.
Mattheüs 24:22; 1 Makkabeeën 14:41
Mattheüs 24:22: καὶ εἰ μὴ ἐκολοβώθησαν αἱ ἡμέραι ἐκεῖναι, οὐκ ἂν ἐσώθη πᾶσα σάρξ· διὰ δὲ τοὺς ἐκλεκτοὺς κολοβωθήσονται αἱ ἡμέραι ἐκεῖναι.
"En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden."
1 Makkabeeën 14:41: καὶ ὅτι εὐδόκησαν οἱ Ἰουδαῖοι καὶ οἱ ἱερεῖς τοῦ εἶναι Σιμωνα ἡγούμενον καὶ ἀρχιερέα εἰς τὸν αἰῶνα ἕως τοῦ ἀναστῆναι προφήτην πιστόν,
"En dat de Joden en de priesters besloten hadden dat Simon voor altijd hun leidsman en hogepriester zou zijn, totdat er een betrouwbare profeet zou opstaan..."
De opwekking van de twee getuigen verbinden we met de paroesie. Treffend is de parallel tussen 11:12 met 1 Th 4:16 en 17. Let vooral op de ἁρπαγησόμεθα (harpagèsometha), de "wegrukking" van de gemeente.
Openbaring 11:12; 1 Tessalonicenzen 4:16-17
Openbaring 11:12: καὶ ἤκουσαν φωνῆς μεγάλης ἐκ τοῦ οὐρανοῦ λεγούσης αὐτοῖς· Ἀνάβατε ὧδε, καὶ ἀνέβησαν εἰς τὸν οὐρανὸν ἐν τῇ νεφέλῃ, καὶ ἐθεώρησαν αὐτοὺς οἱ ἐχθροὶ αὐτῶν.
"En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen op naar de hemel in de wolk, en hun vijanden keken hen na."
1 Tessalonicenzen 4:16-17: ὅτι αὐτὸς ὁ κύριος ἐν κελεύσματι, ἐν φωνῇ ἀρχαγγέλου καὶ ἐν σάλπιγγι θεοῦ, καταβήσεται ἀπ’ οὐρανοῦ, καὶ οἱ νεκροὶ ἐν Χριστῷ ἀναστήσονται πρῶτον, ἔπειτα ἡμεῖς οἱ ζῶντες οἱ περιλειπόμενοι ἅμα σὺν αὐτοῖς ἁρπαγησόμεθα ἐν νεφέλαις εἰς ἀπάντησιν τοῦ κυρίου εἰς ἀέρα·
"Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen weggerukt worden op de wolken, tot een ontmoeting met de Heere in de lucht."
Voordat wij de demonische personen en personificaties gaan behandelen, is er nog iets te zeggen over de γυνὴ περιβεβλημένη τὸν ἥλιον (de vrouw bekleed met de zon) die een υἱόν, ἄρσενα (mannelijk kind) baart, hfdst. 12.
Openbaring 12:1-2, 5
Καὶ σημεῖον μέγα ὤφθη ἐν τῷ οὐρανῷ, γυνὴ περιβεβλημένη τὸν ἥλιον, καὶ ἡ σελήνη ὑποκάτω τῶν ποδῶν αὐτῆς, καὶ ἐπὶ τῆς κεφαλῆς αὐτῆς στέφανος ἀστέρων δώδεκα... καὶ ἔτεκεν υἱόν, ἄρσεν, ὃς μέλλει ποιμαίνειν πάντα τὰ ἔθνη ἐν ῥάβδῳ σιδηρᾷ·
"En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren... En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf..."
De hemelse moeder is in de Oosterse astrologie geen onbekende persoonlijkheid. Zij is de moeder van de verlosser. Dit is wel zeer mythologisch. Bijvoorbeeld de godin Isis, die werd geïdentificeerd met het sterrenbeeld Virgo, nagejaagd door een rode krokodil - de god Seth. Met de pasgeboren Horus kon zij ontkomen.