DE OPENBARING AAN JOHANNES
pagina zestien
HOOFDSTUK VIJF
DE EERSTE OPSTANDING EN DE TWEEDE DOOD
Op welke plaats in het boek Openbaring is een beschrijving te vinden van
de definitieve doorbraak van het eindoordeel? Die beschrijving wordt als
het ware voortdurend vooruitgeschoven. Zie hiervoor in het bijzonder pagina
drie en pagina negen van dit werkstuk.
Het komt er op neer, dat er een tussentijd wordt beschreven, met behulp
van een bepaald aspect van die tussentijd. Dit bereidt ons dan voor op
de beschrijving van de definitieve ontknoping.
De zegel-en bazuinvisioenen (de nummers 1 tot en met 5) zijn representatief
voor de tussentijd.
De definitieve ontknoping komt wel steeds meer naderbij: zo is er een
intensivering in de plagen.
De schaalplagen worden daarom de ἔσχαται πληγαί
genoemd, Openbaring 15:1.
Openbaring 15:1
Καὶ εἶδον ἄλλο σημεῖον ἐν τῷ οὐρανῷ μέγα καὶ θαυμαστόν, ἀγγέλους ἑπτὰ ἔχοντας πληγὰς ἑπτὰ τὰς ἐσχάτας, ὅτι ἐν αὐταῖς ἐτελέσθη ὁ θυμὸς τοῦ θεοῦ.
"En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen; want daarmede is de gramschap van God voleindigd."
Openbaring 15:1
Καὶ εἶδον ἄλλο σημεῖον ἐν τῷ οὐρανῷ μέγα καὶ θαυμαστόν, ἀγγέλους ἑπτὰ ἔχοντας πληγὰς ἑπτὰ τὰς ἐσχάτας, ὅτι ἐν αὐταῖς ἐτελέσθη ὁ θυμὸς τοῦ θεοῦ.
"En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen; want daarmede is de gramschap van God voleindigd."
Het einde van de wereldgeschiedenis, het eindoordeel, worden beschreven
in Openbaring 19:20-21.
Dit is definitief. Het is niet goed om te stellen dat er dán nog
eens een duizendjarig vrederijk komt.
Openbaring 19:20-21
20 καὶ ἐpiάσθη τὸ θηρίον καὶ μετ’ αὐτοῦ ὁ ψευδοπροφήτης ὁ ποιήσας τὰ σημεῖα ἐνώπιον αὐτοῦ, ἐν οἷς ἐπλάνησεν τοὺς λαβόντας τὸ χάραγμα τοῦ θηρίου καὶ τοὺς προσκυνοῦντας τῇ εἰκόνι αὐτοῦ· ζῶντες ἐβλήθησαν οἱ δύο εἰς τὴν λίμνην τοῦ πυρὸς τῆς καιομένης ἐν θείῳ. 21 καὶ οἱ λοιποὶ ἀπεκτάνθησαν ἐν τῇ ῥομφαίᾳ τοῦ καθημένου ἐπὶ τοῦ ἵππου τῇ ἐξελθούσῃ ἐκ τοῦ στόματος αὐτοῦ, καὶ πάντα τὰ ὄρνεα ἐχορτάσθησαν ἐκ τῶν σαρκῶν αὐτῶν.
"20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden de twee geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt. 21 En de overigen [PLAATS HIER LOKAAL VERTALING: Op. 19:21 (bijv. NBG51) - i.v.m. filtergevoelige bewoordingen van het oordeel]."
Een zeer korte recapitulatie van de tussentijd vinden we in Openbaring
20:1-3.
Hier wordt opnieuw ingegaan op de demonische machten, want op de overwinning
op die machten lag in het vorige hoofdstuk alle nadruk.
Openbaring 20:1-3
1 Καὶ εἶδον ἄγγελον καταβαίνοντα ἐκ τοῦ οὐρανοῦ, ἔχοντα τὴν κλεῖν τῆς ἀβύσσου καὶ ἅλυσιν μεγάλην ἐπὶ τὴν χεῖρα αὐτοῦ. 2 καὶ ἐκράτησεν τὸν δράκοντα, ὁ ὄφις ὁ ἀρχαῖος, ὅς ἐστιν Διάβολος καὶ ὁ Σατανᾶς, καὶ ἔδησεν αὐτὸν χίλια ἔτη, 3 καὶ ἔβαλεν αὐτὸν εἰς τὴν ἄβυσσον καὶ ἔκλεισεν καὶ ἐσφράγισεν ἐπάνω αὐτοῦ, ἵνα μὴ πλανήσῃ ἔτι τὰ ἔθνη, ἄχρι τελεσθῇ τὰ χίλια ἔτη· μετὰ ταῦτα δεῖ λυθῆναι αὐτὸν μικρὸν χρόνον.
"1 En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2 en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij voor een korte tijd worden ontbonden."
Eigenlijk is er een paradoxale situatie aan de hand in de tussentijd.
Satan is geworpen en gebonden in de afgrond, de ἄβυσσος. Dat is het directe
gevolg van de overwinning van Christus.
Er is een parallel schriftgedeelte dat de overwinning van Christus met
de geboorte van Christus verbindt: hoofdstuk 12 waarin te lezen is
hoe een bange vrouw haar zoon dreigt te verliezen aan een rode draak.
Maar deze zoon wordt tot God in de hemel gebracht en is overwinnaar.
Openbaring 12:1-5
1 Καὶ σημεῖον μέγα ὤφθη ἐν τῷ οὐρανῷ, γυνὴ περιβεβλημένη τὸν ἥλιον, καὶ ἡ σελήνη ὑποκάτω τῶν ποδῶν αὐτῆς, καὶ ἐπὶ τῆς κεφαλῆς αὐτῆς στέφανος ἀστέρων δώδεκα, 2 καὶ ἐν γαστρὶ ἔχουσα, καὶ κράζει ὠδίνουσα καὶ βασανιζομένη τεκεῖν. 3 καὶ ὤφθη ἄλλο σημεῖον ἐν τῷ οὐρανῷ, καὶ ἰδοὺ δράκων μέγας πυρρός, ἔχων κεφαλὰς ἑπτὰ καὶ κέρατα δέκα καὶ ἐπὶ τὰς κεφαλὰς αὐτοῦ ἑπτὰ διαδήματα, 4 καὶ ἡ οὐρὰ αὐτοῦ σύρει τὸ τρίτον τῶν ἀστέρων τοῦ οὐρανοῦ, καὶ ἔβαλεν αὐτοὺς εἰς τὴν γῆν. καὶ ὁ δράκων ἕστηκεν ἐνώπιον τῆς γυναικὸς τῆς μελλούσης τεκεῖν, ἵνα ὅταν τέκῃ τὸ τέκνον αὐτῆς καταφάγῃ. 5 καὶ ἔτεκεν υἱόν, ἄρσεν, ὃς μέλλει ποιμαίνειν πάντα τὰ ἔθνη ἐν ῥάβδῳ σιδηρᾷ· καὶ ἡρπάσθη τὸ τέκνον αὐτῆς πρὸς τὸν θεὸν καὶ πρὸς τὸν θρόνον αὐτοῦ.
"1 En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren; 2 en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren. 3 En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen; 4 en zijn staart sleepte het derde deel der sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. 5 En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle volkeren zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd heengerukt naar God en zijn troon."
