DE OPENBARING AAN JOHANNES

pagina vijf

Ten aanzien van de drie overige ruiters:
De oorlog waarover het bij de tweede ruiter gaat, is mogelijkerwijze de bloedige burgeroorlog tijdens Galba, Otho en Vitellius, tijdens het driekeizerjaar 69.
Iedere burgeroorlog wordt gevolgd door honger. De kleur: zwarte prijzen! En de weegschaal spreekt voor zichzelf. Opvallend is dat olie en wijn, luxe artikelen waarvan de rijken voldoende hebben, onaangetast blijven.
Het vierde paard is vaal: het is de groen-grijzige kleur. Het instrument van de ruiter is alleen maar zijn naam. Hij heeft als het ware geen instrumenten nodig, hijzelf is ὁ Θάνατος.
De naam drukt de bestemming, de opdracht uit; ὁ ᾅδης die hem volgt, is het dodenrijk.

Openbaring 6:8

καὶ εἶδον, καὶ ἰδοὺ ἵππος χλωρός, καὶ ὁ καθήμενος ἐπάνω αὐτοῦ ὄνομα αὐτῷ [ὁ] Θάνατος, καὶ ὁ ᾅδης ἠκολούθει μετ’ αὐτοῦ· καὶ ἐδόθη αὐτοῖς ἐξουσία ἐπὶ τὸ τέταρτον τῆς γῆς, ἀποκτεῖναι ἐν ῥομφαίᾳ καὶ ἐν λιμῷ καὶ ἐν θανάτῳ καὶ ὑπὸ τῶν θηρίων τῆς γῆς.

"En ik zag, en zie: een grauw paard. En die daarop zat, zijn naam was de Dood, en het dodenrijk volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde."

De ziener ziet de ruiters pas wanneer het Lam een zegel heeft opengemaakt. Dat betekent dat de ruiters met al hun verschrikking toch niet het laatste woord hebben. Ze hebben slechts een ondergeschikte plaats in het heilsgebeuren; Christus staat boven hen.

We hebben het in het voorgaande gehad over ἡ γυνή die een "mannelijke zoon" baart.
Rest ons nu een korte behandeling van ἡ γυνή in c. 12.

Openbaring 12:1-5

Καὶ σημεῖον μέγα ὤφθη ἐν τῷ οὐρανῷ, γυνὴ περιβεβλημένη τὸν ἥλιον, καὶ ἡ σελήνη ὑποκάτω τῶν ποδῶν αὐτῆς, καὶ ἐπὶ τῆς κεφαλῆς αὐτῆς στέφανος ἀστέρων δώδεκα... καὶ ἔτεκεν υἱόν, ἄρσεν, ὃς μέλλει ποιμαίνειν πάντα τὰ ἔθνη ἐν ῥάβδῳ σιδηρᾷ· καὶ ἡρπάσθη τὸ τέκνον αὐτῆς πρὸς τὸν θεὸν καὶ πρὸς τὸν θρόνον αὐτοῦ.

"En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren... En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon."

Dit hoofdstuk ademt een bijzondere sfeer. Het is enerzijds surrealistisch, anderzijds heel concreet betrokken op de aardse geschiedenis van Christus. Als er in vers vijf staat dat zij baarde, en dat haar kind "plotseling werd weggevoerd" naar God en zijn troon, dan betekent dat niet een ontkenning van het aardse leven van τὸ τέκνον. Er wordt eenvoudigweg niet uitgeweid over historische details. Dat is trouwens ook zo in het lied van de Mensenzoon, Fil. 2:5-11 en de Christushymne 1 Tim. 3:16.

Filippenzen 2:5-11

τοῦτο φρονεῖτε ἐν ὑμῖν ὃ καὶ ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ, ὃς ἐν μορφῇ θεοῦ ὑπάρχων οὐχ ἁρπαγμὸν ἡγήσατο τὸ εἶναι ἴσα θεῷ, ἀλλὰ ἑαυτὸν ἐκένωσεν μορφὴν δούλου λαβών... διὸ καὶ ὁ θεὸς αὐτὸν ὑπερύψωσεν καὶ ἐχαρίσατο αὐτῷ τὸ ὄνομα τὸ ὑπὲρ πᾶν ὄνομα...

"Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen... Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en Hem de Naam geschonken boven alle naam..."

1 Timoteüs 3:16

καὶ ὁμολογουμένως μέγα ἐστὶν τὸ τῆς εὐσεβείας μυστήριον· Ὃς ἐφανερώθη ἐν σαρκί, ἐδικαιώθη ἐν πνεύματι, ὤφθη ἀγγέλοις, ἐκηρύχθη ἐν ἔθνεσιν, ἐπιστεύθη ἐν κόσμῳ, ἀνελήμφθη ἐν δόξῃ.

"En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd door de Geest, verschenen aan engelen, gepredikt onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid."

Al wordt de kruisdood niet genoemd, er is in Apoc. 12:10-12 een relatie tussen τὸ αἷμα τοῦ ἀρνίου en de overwinning.
Maar die overwinning is voor de wereld nog een verborgenheid. En voor de gelovige is het begin en het eind van het Christus-gebeuren voldoende, vs 5.
Met de geboorte en wegneming van het kind begint ook de vervolging van de gemeente. De draak vervolgt namelijk de vrouw en de overigen van haar zaad, 12:17.

Openbaring 12:10-12

καὶ ἤκουσα φωνὴν μεγάλην ἐν τῷ οὐρανῷ λέγουσαν· Ἄρτι ἐγένετο ἡ σωτηρία καὶ ἡ δύναμις καὶ ἡ βασιλεία τοῦ θεοῦ ἡμῶν καὶ ἡ ἐξουσία τοῦ χριστοῦ αὐτοῦ... καὶ αὐτοὶ ἐνίκησαν αὐτὸν διὰ τὸ αἷμα τοῦ ἀρνίου καὶ διὰ τὸν λόγον τῆς μαρτυρίας αὐτῶν...

"En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus... En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis..."

Openbaring 12:17

καὶ ὠργίσθη ὁ δράκων ἐπὶ τῇ γυναικί, καὶ ἀπῆλθεν ποιῆσαι πόλεμον μετὰ τῶν λοιπῶν τοῦ σπέρματος αὐτῆς, τῶν τηρούντων τὰς ἐντολὰς τοῦ θεοῦ καὶ ἐχόντων τὴν μαρτυρίαν Ἰησοῦ.

"En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus hebben."

Maar er is iets merkwaardigs aan de hand in dit hoofdstuk. Tussen vs 6 en vs 13, die duidelijk op elkaar volgen, schuift zich een perikoop waarin de val van de draak beschreven wordt. In vs 9 wordt duidelijk gemaakt wie die draak is.
Wordt hier een tijdloze achtergrond geboden? Een verklaring vanuit het verleden waarom de satan de gemeente vervolgt?
Het beste is deze vernedering van de satan te relateren aan de verhoging van Christus. Jezus zelf heeft gezegd, toen hij door wonderen de komst van het Koninkrijk kracht bijzette, dat hij de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen, L 10:18.
De opmerkelijke parallel met Apoc. 20:1-3 zullen we in een volgend hoofdstuk gebruiken om licht te werpen op het probleem van τὰ χίλια ἔτη.

Lucas 10:18

εἶπεν δὲ αὐτοῖς· Ἐθεώρουν τὸν Σατανᾶν ὡς ἀστραπὴν ἐκ τοῦ οὐρανοῦ πεσόντα.

"Hij zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen."

Openbaring 20:1-3

Καὶ εἶδον ἄγγελον καταβαίνοντα ἐκ τοῦ οὐρανοῦ... καὶ ἐκράτησεν τὸν δράκοντα, τὸν ὄφιν τὸν ἀρχαῖον, ὅς ἐστιν Διάβολος καὶ ὁ Σατανᾶς, καὶ ἔδησεν αὐτὸν χίλια ἔτη... ἄχρι τελεσθῇ τὰ χίλια ἔτη· μετὰ ταῦτα δεῖ λυθῆναι αὐτὸν μικρὸν χρόνον.

"En ik zag een engel neerdalen uit de hemel... En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar... totdat de duizend jaar voleindigd zouden zijn. Daarna moet hij voor een korte tijd worden losgelaten."

In de groet van Johannes aan de zeven gemeenten, c. 1:4-5, komen achtereenvolgens voor: God, zeven geesten (de Heilige Geest) en Christus.
Nu is een grondgedachte achter de symbolen van boze machten: imitatie en pervertering van de drievoudige Godsopenbaring.
In de Apocalyps is daarom een demonische triade aan te wijzen.

Openbaring 1:4-5

Ἰωάννης ταῖς ἑπτὰ ἐκκλησίαις ταῖς ἐν τῇ Ἀσίᾳ· χάρις ὑμῖν καὶ εἰρήνη ἀπὸ ὁ ὢν καὶ ὁ ἦν καὶ ὁ ἐρχόμενος, καὶ ἀπὸ τῶν ἑπτὰ πνευμάτων ἃ ἐνώπιον τοῦ θρόνου αὐτοῦ, καὶ ἀπὸ Ἰησοῦ Χριστοῦ, ὁ μάρτυς ὁ πιστός, ὁ πρωτότοκος τῶν νεκρῶν καὶ ὁ ἄρχων τῶν βασιλέων τῆς γῆς.

"Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde."

De draak ofwel de satan hebben we reeds aan de orde gesteld. Hij heeft volgens Jesaja 14:12vv de Heer willen evenaren, kopiëren. Omdat de overwinning op de draak niet zijn definitief einde is, probeert hij nog steeds als ἰσόθεος te zijn als God.

Jesaja 14:12-14

אֵיךְ נָפַלְתָּ מִשָּׁמַיִם הֵילֵל בֶּן־שָׁחַר נִגְדַּעְתָּ לָאָרֶץ חוֹלֵשׁ עַל־גּוֹיִם׃ וְאַתָּה אָמַרְתָּ בִלְבָבְךָ הַשָּׁמַיִם אֶעֱלֶה מִמַּעַל לְכֽוֹכְבֵי־אֵל אָרִים כִּסְאִי... אֶדַּמֶּה לְעֶלְיוֹן׃

"Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, neerwerper van de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; boven de sterren van God zal ik mijn troon verheffen... Ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste."

Net zoals de Heer zich heeft geopenbaard in zijn Zoon, de Christus, en aan hem kracht en zeggenschap heeft verleend, zo heeft de draak soortgelijks gedaan met τὸ θηρίον, een beest, c. 13:2b.
Dit beest is de antichrist.
Tegenover elkaar staan:

HET LAM DE ANTI-CHRIST   HET BEEST
vele kronen  19:12 tien kronen  13:2
'tien' is de volheid van de aarde
namen  19:12,13,16 namen van lastering
een troon  12:5; 3:21 een troon  13:2
het koopt de mensen om ze tot God te brengen  5:9; 14:4 hij verleidt de mensen om de draak te aanbidden  13:4
heerschappij en de overwinning  5:5 idem, 13:7
het beest mag de heiligen overwinnen
13:7
de volgelingen van het beest hebben geen toekomst, omdat Christus heeft overwonnen

Het beest lijkt op een luipaard, met berenpoten en een leeuwenmuil.
De trekken van drie beesten uit Daniel 7:4-6 komen hier samen in één beest.
Dit betekent dat we niet meer (zoals in de Joodse apocalyptiek) mogen denken aan een opeenvolging van wereldrijken; het gaat nu om de kern van het wereldrijk: zijn antichristelijke strekking.
Er is ook een kerkelijke dimensie. Volgens 2 Thess 2:4 zal de antichrist zich neerzetten in de tempel van God, om zich te vertonen als God. Hier hebben we de dubbele betekenis van ἀντί. Het is allereerst: 'in plaats van', en krijgt vandaar de lading: 'tegen'. Die tegen Hem is hoeft nog niet zijn plaats te begeren, maar dat is niet het geval bij de antichrist. Hij wenst een totalitaire macht — ook de religieuze verering eist hij.

Daniël 7:4-6

קַדְמָיְתָא כְאַרְיֵה וְגַפִּין דִּי־נְשัׁר לַהּ... וַאֲרוּ חֵיוָה אָחֳרִי תִנְיָנָה דָּמְיָה לְדֹב... בָּאתַר דְּנָה חָזֵה הֲוֵית וַאֲרוּ אָחֳרִי כִּנְמַר וְלַהּ גַּפִּין אַרְבַּע דִּי־עוֹף עַל־גַּבַּהּ...

"Het eerste was als een leeuw, en het had arendsvleugels... En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer... Daarna keek ik toe, en zie, er was nog een ander dier, als een panter (luipaard); het had vier vogelvleugels op zijn rug..."

2 Tessalonicenzen 2:4

ὁ ἀντικείμενος καὶ ὑπεραιρόμενος ἐπὶ πάντα λεγόμενον θεὸν ἢ σέβασμα, ὥστε αὐτὸν εἰς τὸν ναὸν τοῦ θεοῦ καθίσαι, ἀποδεικνύντα ἑαυτὸν ὅτι ἔστιν θεός.

"De tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet."




Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.