PREDIKANTEN IN DE EVANGELISCH-LUTHERSE GEMEENTE ZIERIKZEE
De vijftiende predikant van onze gemeente was:
Ds. Jacobus Hendrik Muller
De intrede van ds Muller was op 14 september 1794.
Hij is overleden op 27 mei 1814
Het getal zielen der gemeente vinden wij ten jare 1798 nog tot 210 opgegeven, maar in 1808, volgens nadere opgave, reeds tot 150 verminderd.
Ook ten tijde van ds. Muller waren er twisten binnen de
kerkenraad. Het was een gevolg van uiteenlopende politieke ideeëen.
Hij heeft er wel voor gezorgd dat er nieuwe houten glasramen in de kerk kwamen.
Ze werden geplaatst voor rekening van de stad, die (volgens raadsbesluit van 23 mei
1804) bij herhaling op zich genomen had de kerk van buiten te onderhouden.
Ook het installeren van het Horologie (de klok) in de kerk is gebeurd tijdens zijn tijd.
In juni 1799 heeft ds. Muller ook het eerste Heilig Avondmaal uitgedeeld aan de
leden der Evangelisch-Lutherse geloofsbelijdenis 'in de diaspora' op het
eiland Flakkee in de kerk te Melisant.
De zestiende predikant van onze gemeente was:
Ds. Johann Friedrich Krämer
Hij deed zijn intrede op 1 januari 1815
Hij is overleden op 3 september 1831.
Hij werd ingeschreven als student te Leiden op 20 augustus 1806.br /> Als proponent bij de Lutherse Kerk beroepen te Bergen op Zoom, diende hij deze gemeente tot het eind van 1814.
Vandaar vertrok hij naar Zierikzee, waar hij op 1 januari 1815 intrede deed na voorgesteld te zijn door Ds. J.D. Zimmerman, predikant te Veere.
Hij bleef aldaar werkzaam totdat hij een beroep naar Batavia ontving.
Op vrijdag 11 december 1818 hield hij temidden van zijn Zierikzeese gemeenteleden een kaastige afscheidsrede hield (zonder tekst), want zijn vertrek was onverwachts.
In juli 1819 verbond hij zich aan de gemeente te Batavia, die door het gemis van een eigen leraar en door bijkomende omstandigheden zeer was achteruitgegaan en verstrooid.
Hij overleed aldaar op 3 september 1831.
Zijn dood wekte grote droefheid in de gemeente. Hij werd betreurd als een waardig herder en hooggeacht leraar.
De zeventiende predikant van onze gemeente was:
Ds. Casparus Op den Oort
Hij heeft zijn intrede gedaan op 25 april 1819.
Hij is overleden op 24 april 1824.
Er is zeer weinig bekend over deze predikant. Ds. Johannes Gottlieb Heinrich Reudler
Hij heeft zijn intrede gedaan op 11 juli 1824. In Amsterdam geboren op 21 maart 1798 genoot hij eerst het onderwijs aan de Latijnse School
van de rector Hermanus Bosscha, die later hoogleeraar aan het Athenaeum werd,
en van prof. David Jacob van Lennep.
Hij werd geboren te Amsterdam op 3 mei 1794, gedoopt te Amsterdam op 7 mei 1794.
Na zijn arbeid als evangelisch-luthers predikant was hij rustend predikant in 1866, te
De achttiende predikant van onze gemeente was:
Deze dominee heeft maar zeer kort in Zierikzee gestaan voordat
hij naar Doesburg werd beroepen.
Daarna ontving hij het voorbereidende onderwijs, gegeven door de Amsterdamse predikanten Ebersbach, Lagers Statius en Muller.
Tijdens die studietijd werd de kweekschool opgericht, en was hij één der eerste leerlingen van prof. Pluschke.
Hij was achtereenvolgens predikant bij de lutherse gemeente te Doesburg (26 juli 1822 - 27 juni 1824),
Zierikzee (11 juli 1824 - 24 oktober 1824) en te Woerden, waar hij op 20 februari 1841 overleed.
Juist na zijn overlijden verscheen het derde stuk van de Bijdragen tot de geschiedenis der Evang.-Lutherse Kerk,
dat geheel is gewijd aan de geschiedenis van Johannes Pistorius en de Evang.-Lutherse gemeente te Woerden.
Het werk is tot § 10 geheel van zijn hand.
Later is dit deel der bijdragen afzonderlijk verkrijgbaar gesteld, in 1847.
In de vorige stukken had hij geschreven:
De marteldood van Hendrik van Zutphen.... (1840);
Gezangen ten gebruike voor de Evang. Luth. gemeente te Woerden, op
zondag 27 juni 1830 (op deze zondag vierde men de Overhandiging van de Augsburgse Geloofsbelijdenis);
Gezangen bij de uitdeeling der
eereblijken aan Hermanus Dirks te Woerden (19 October 1832);
Redevoering over de belegering van Woerden door de Spanjaarden in de jaren 1575 en 1576
(in Vaderlandsche Letteroefeningen, 1838, no. 6);
enkele andere opstellen.
