DE OPENBARING AAN JOHANNES

Bijlagen: Teksten over het Dodenrijk

4 Ezra 4:41

In inferno promptuaria animarum matrici adsimilata sunt.

In de onderwereld zijn de voorraadkamers van de zielen gelijk aan de moederschoot.

4 Ezra 7:31 (7:32)

Et terra reddet qui in ea dormiunt, et pulvis qui in eo silentio habitant, et promptuaria reddent commendatas sibi animas.

En de aarde zal hen die in haar slapen teruggeven, en het stof hen die daarin in stilte wonen, en de bewaarplaatsen zullen de zielen teruggeven die aan hen zijn toevertrouwd.

Apocalyps van Baruch (2 Baruch) 11:6

Ad quid enim rursum computantur mortui, et viventes qui in scheol descendunt numerantur? Vel qui habitant in terra, quomodo non festinant ad interitum?

Waarom toch worden de doden opnieuw geteld, en worden de levenden geteld die afdalen in het dodenrijk? Of waarom haasten zij die op aarde wonen zich niet naar de ondergang?

Apocalyps van Baruch (2 Baruch) 21:23

Et impera in silentio et comminare multitudini flammae, et dic scheol: Accipe depositum, et promptuaria reddant quod in eis clausum est.

En gebied in stilte en bestraf de veelheid van het vuur, en zeg tot Sjeool: Neem in ontvangst wat u is toevertrouwd, en laat de bewaarplaatsen teruggeven wat daarin besloten ligt.

Apocalyps van Baruch (2 Baruch) 23:5

Quoniam quando creavit Adam non computavit mortem super eum qui genitus non fuerat; sed quando praevaricatus est, numeratus est numerus creaturarum.

Want toen Adam geschapen werd, was de dood niet vastgesteld over hem die nog niet geboren was; maar toen hij overtrad, werd het getal van de schepselen vastgesteld.

Apocalyps van Baruch (2 Baruch) 48:16

Non enim respicis multitudinem eorum qui veniunt, sed finem eorum qui fiunt.

Want U ziet niet op de menigte van hen die komen, maar op het einde van hen die ontstaan.

Apocalyps van Baruch (2 Baruch) 52:5

Respice ergo ad eos qui serviunt et noli intueri eos qui infideliter egerunt.

Zie daarom om naar hen die U dienen, en sla geen acht op hen die ontrouw hebben gehandeld.

Mattheüs 11:23

καὶ σύ, Καφαρναούμ, μὴ ἕως οὐρανοῦ ὑψωθήσῃ; ἕως ᾅδου καταβήσῃ· ὅτι εἰ ἐν Σοδόμοις ἐγενήθησαν αἱ δυνάμεις αἱ γενόμεναι ἐν σοί, ἔμειναν ἂν μέχρι τῆς σήμερον.

En jij, Kafarnaüm, zul je soms tot de hemel verheven worden? Tot in het dodenrijk (Hades) zul je neerdalen! Want als in Sodom de krachtige daden waren gebeurd die in jou hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag zijn blijven bestaan.

Mattheüs 16:18

κἀγὼ δέ σοι λέγω ὅτι σὺ εἶ Πέτρος, καὶ ἐπὶ ταύτῃ τῇ πέτρᾳ οἰκοδομήσω μου τὴν ἐκκλησίαν, καὶ πύλαι ᾅδου οὐ κατισχύσουσιν αὐτῆς.

En Ik zeg je ook dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk (Hades) zullen haar niet overweldigen.

Lukas 16:23

καὶ ἐν τῷ ᾅδῃ ἐπάρας τοὺς ὀφθαλμοὺς αὐτοῦ, ὑπάρχων ἐν βασάνοις, ὁρᾷ Ἀβραὰμ ἀπὸ μακρόθεν καὶ Λάζαρον ἐν τοῖς κόλποις αὐτοῦ.

En toen hij in het dodenrijk (Hades) zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham van verre en Lazarus in diens schoot.

Handelingen 2:27 en 31

27 ὅτι οὐκ ἐγκαταλείψεις τὴν ψυχήν μου εἰς ᾅδην, οὐδὲ δώσεις τὸν ὅσιόν σου ἰδεῖν διαφθοράν.
31 προϊδὼν ἐλάλησεν περὶ τῆς ἀναστάσεως τοῦ Χριστοῦ ὅτι οὔτε ἐγκατελείφθη εἰς ᾅδην οὔτε ἡ σὰρξ αὐτοῦ εἶδεν διαφθοράν.

27 Want U zult mijn ziel niet overlaten aan het dodenrijk (Hades) en uw Heilige niet prijsgeven aan het verderf.
31 Heeft hij met vooruitziende blik gesproken over de opstanding van de Christus: dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk (Hades) en dat zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.

1 Korinthe 15:55

ποῦ σου, θάνατε, τὸ νῖκος; ποῦ σου, θάνατε [ᾅδη], τὸ κέντρον;

Dood, waar is je overwinning? Dood [dodenrijk / Hades], waar is je prikkel?

Openbaring 1:18

καὶ ὁ ζῶν, καὶ ἐγενόμην νεκρὸς καὶ ἰδοὺ ζῶν εἰμι εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων, καὶ ἔχω τὰς κλεῖς τοῦ θανάτου καὶ τοῦ ᾅδου.

En de Levende; Ik was dood en zie, Ik leef in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk (Hades).

Openbaring 6:8

καὶ εἶδον, καὶ ἰδοὺ ἵππος χλωρός, καὶ ὁ καθήμενος ἐπάνω αὐτοῦ ὄνομα αὐτῷ [ὁ] Θάνατος, καὶ ὁ ᾅδης ἠκολούθει μετ’ αὐτοῦ· καὶ ἐδόθη αὐτοῖς ἐξουσία ἐπὶ τὸ τέtaρτον τῆς γῆς, ἀποκτεῖναι ἐν ῥομφαίᾳ καὶ ἐν λιμῷ καὶ ἐν θανάτῳ καὶ ὑπὸ τῶν θηρίων τῆς γῆς.

En ik zag, en zie: een vaal paard, en die erop zat, zijn naam was de Dood, en het dodenrijk (Hades) volgde achter hem aan; en hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde, om te doden met het zwaard, met hongersnood, met de dood (pest) en door de wilde dieren van de aarde.

Openbaring 20:13-14

13 καὶ ἔδωκεν ἡ θάλασσα τοὺς νεκροὺς τοὺς ἐν αὐτῇ, καὶ ὁ θάνατος καὶ ὁ ᾅδης ἔδωκαν τοὺς νεκροὺς τοὺς ἐν αὐτοῖς, καὶ ἐκρίθησαν ἕκαστος κατὰ τὰ ἔργα αὐτῶν.
14 καὶ ὁ θάνατος καὶ ὁ ᾅδης ἐβλήθησαν εἰς τὴν λίμνην τοῦ πυρός. οὗτος ὁ θάνατος ὁ δεύτερός ἐστιν, ἡ λίμνη τοῦ πυρός.

13 En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en het dodenrijk (Hades) gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar hun werken.
14 En de dood en het dodenrijk werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood: de poel van vuur.



Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.