DE OPENBARING AAN JOHANNES

pagina zeven

Dit anti 'In-de-plaats-van' moet vooraf betrokken worden bij het spreken over de Nero-Redivivus.
Een ander beest, nu uit de aarde opkomend, zouden we de pseudogeest kunnen noemen.
Elders heet hij ook wel de pseudoprofeet, 16:13; 19:20; 20:10.

Openbaring 16:13; 19:20; 20:10

16:13 καὶ εἶδον ἐκ τοῦ στόματος τοῦ δράκοντος καὶ ἐκ τοῦ στόματος τοῦ θηρίου καὶ ἐκ τοῦ στόματος τοῦ ψευδοπροφήτου πνεύματα τρία ἀκάθαρτα ὡς βάτραχοι·
19:20 καὶ ἐpiάσθη τὸ θηρίον καὶ μετ’ αὐτοῦ ὁ ψευδοπροφήτης ὁ ποιήσας τὰ σημεῖα ἐνώπιον αὐτοῦ...
20:10 καὶ ὁ διάβολος ὁ πλανῶν αὐτοὺς ἐβλήθη εἰς τὴν λίμνην τοῦ πυρὸς καὶ θείου, ὅπου καὶ τὸ θηρίον καὶ ὁ ψευδοπροφήτης...

"16:13 En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen.
19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had...
20:10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn..."

Het eerste beest komt uit het water, 13:1.

Openbaring 13:1

Καὶ εἶδον ἐκ τῆς θαλάσσης θηρίον ἀναβαῖνον, ἔχον κέρατα δέκα καὶ κεφαλὰς ἑπτά, καὶ ἐπὶ τῶν κεράτων αὐτοῦ δέκα διαδήματα, καὶ ἐπὶ τὰς κεφαλὰς αὐτοῦ ὀνόματα βλασφημίας.

"En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering."

Dit is het symbool (voor de religieuze oosterling) van de vruchtbare moederfiguur. Concreet: het leven dat je hebt. Dat leven moet in dienst staan van de draak en van zijn gezalfde. Daar zal de pseudoprofeet voor zorgen.
De anti-Christus, verschijning van de draak, krijgt een beeld, 13: 14,15.

Openbaring 13:14-15

14 καὶ πλανᾷ τοὺς κατοικοῦντας ἐπὶ τῆς γῆς διὰ τὰ σημεῖα ἃ ἐδόθη αὐτῷ ποιῆσαι ἐνώπιον τοῦ θηρίου, λέγων τοῖς κατοικοῦσιν ἐπὶ τῆς γῆς ποιῆσαι εἰκόνα τῷ θηρίῳ, ὃς ἔχει τὴν πληγὴν τῆς μαχαίρης καὶ ἔζησεν. 15 καὶ ἐδόθη αὐτῷ δοῦναι πνεῦμα τῇ εἰκόνι τοῦ θηρίου, ἵνα καὶ λαλήσῃ ἡ εἰκὼν τοῦ θηρίου καὶ ποιήσῃ, ἵνα ὅσοι ἐὰν μὴ προσκυνήσωσιν τῇ εἰκόνι τοῦ θηρίου ἀποκτανθῶσιν.

"14 En het verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest, en het zegt tot de bewoners van de aarde, dat zij een beeld moeten maken voor het beest, dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. 15 En hem werd gegeven om aan het beeld van het beest een geest te schenken, zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken dat allen, die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden."

Dit herinnert ons aan het boek Daniël, het derde hoofdstuk.

Daniël 3:1

נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר מַלְכָּ֗א עֲבַד֙ צְלֵ֣ם דִּֽי־דְהַ֔ב רוּמֵהּ֙ אַמִּ֣ין שִׁתִּ֔ין פְּתָיֵ֖הּ אַמִּ֣ין שִׁ֑ת אֲקִימֵהּ֙ בְּבִקְעַ֣ת דּוּרָ֔א בִּמְדִינַ֖ת בָּבֶֽל׃

"Koning Nebukadnessar maakte een gouden beeld, welks hoogte zestig el was en welks breedte zes el was; hij richtte het op in het dal Dura, in het gewest Babel."

In het geding zijn de goddelijkheid van de staatsmacht. De pseudoprofeet zorgt ervoor, dat de antichrist als God-koning wordt aanbeden.
Dit is een parodie op het werk van de heilige Geest

Hoofdstuk drie

Tijd en eeuwigheid in de Apocalyps

We hebben al gezien, dat de opeenvolging van plagen, ja zelfs de opeenvolging van hoofdstukken, voor ons geen aanleiding mag zijn om de loop van de geschiedenis uit te zoeken.
De tijd van de ziener, onze tegenwoordige tijd: heel de tijd van de historische Christus-openbaring tot het eindgericht wordt gekwalificeerd tot eindtijd door de aanwezigheid van de opgestane mensenzoon.
Wel zien we een intensivering in de plagen. De schaalplagen kunnen daarom met recht de ἔσχαται πληγαί (eschatai plègai) worden genoemd, 15:1.

Openbaring 15:1

Καὶ εἶδον ἄλλο σημεῖον ἐν τῷ οὐρανῷ μέγα καὶ θαυμαστόν, ἀγγέλους ἑπτὰ ἔχοντας πληγὰς ἑπτὰ τὰς ἐσχάτας, ὅτι ἐν αὐταῖς ἐτελέσθη ὁ θυμὸς τοῦ θεοῦ.

"En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want met deze is de toorn van God voleindigd."

Van de zegel-en bazuinvisioenen kan worden gezegd dat ze representatief zijn voor de hele tussentijd. Volgens het schema van de eerste pagina volgt na het zesde zegel / zesde bazuin een tussenstuk. Dat tussenstuk bereidt ons voor op de definitieve ontknoping.
Tweemaal: bij het zevende zegel, 8:1, en bij de zevende bazuin, 11: 15, is het visioen van het eindgericht dat dan op handen is, niet af.
Er is als het ware geen ontknoping. 8:2-6 is een heel korte recapitulatie in de vorm van zeven bazuinen, die vanaf vers zes onmiddellijk wordt uitgewerkt door middel van zeven bazuin-visioenen.
Wanneer de zevende engel gebazuind heeft, wordt het feit, dat nu het eindgericht voltrokken is, slechts aangeduid door de lofprijzing van de hemelse hofhouding, 11: 15 - 19.

Openbaring 8:1

Καὶ ὅταν ἤνοιξεν τὴν σφραγῖδα τὴν ἑβδόμην, ἐγένετο σιγὴ ἐν τῷ οὐρανῷ ὡς ἡμιώριον.

"En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer een half uur."

Openbaring 11:15-19

15 Καὶ ὁ ἕβδομος ἄγγελος ἐσάλπισεν· καὶ ἐγένοντο φωναὶ μεγάλαι ἐν τῷ οὐρανῷ, λέγοντες· Ἐγένετο ἡ βασιλεία τοῦ κόσμου τοῦ κυρίου ἡμῶν καὶ τοῦ χριστοῦ αὐτοῦ, καὶ βασιλεύσει εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων... 19 καὶ ἠνοίγη ὁ ναὸς τοῦ θεοῦ ὁ ἐν τῷ οὐρανῷ, καὶ ὤφθη ἡ κιβωτὸς τῆς διαθήκης αὐτοῦ ἐν τῷ ναῷ αὐτοῦ· καὶ ἐγένοντο ἀστραπαὶ καὶ φωναὶ καὶ βρονταὶ καὶ σεισμὸς καὶ χάλαζα μεγάλη.

"15 En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal heersen als koning tot in alle eeuwigheden... 19 En de tempel van God, die in de hemel is, ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen en aardbeving en zware hagel."

Het 12e hoofdstuk recapituleert de hele tussentijd. Het 13e hoofdstuk, een nieuw visioen, doet dit ook.

Het 14e hoofdstuk, dat weer begint met eigendom is een aantal visioenen die aanwerken op het eindoordeel. Het eindoordeel wordt weergegeven door de symbolen van graan- en wijnoogst, 14:14 - 20.

Openbaring 14:14-20

14 Καὶ εἶδον, καὶ ἰδοὺ νεφέλη λευκή, καὶ ἐπὶ τὴν νεφέλην καθήμενον ὅμοιον υἱὸν ἀνθρώπου, ἔχων ἐπὶ τῆς κεφαλῆς αὐτοῦ στέφανον χpyσοῦν καὶ ἐν τῇ χειρὶ αὐτοῦ δρέπανον ὀξύ... 19 καὶ ἔβαλεν ὁ ἄγγελος τὸ δρέπανον αὐτοῦ εἰς τὴν γῆν καὶ ἐτρύγησεν τὴν ἄμπελον τῆς γῆς καὶ ἔβαλεν εἰς τὴν ληνὸν τοῦ θυμοῦ τοῦ θεοῦ τὴν μεγάλην. 20 καὶ ἐπατήθη ἡ ληνὸς ἔξωθεν τῆς πόλεως...

"14 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat iemand als eens mensen zoon, met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand... 19 En de engel wierp zijn sikkel op de aarde en oogstte de wijngaard der aarde en wierp het in de grote perskuip van de toorn van God. 20 En de perskuip werd getreden buiten de stad..."

In dit licht volgt weer een recapitulatie van de tussentijd. We bedoelen daarmee, dat de tussentijd nu beschreven wordt vanuit de toorn van God, 16:1.

Openbaring 16:1

Καὶ ἤκουσα μεγάλης φωνῆς ἐκ τοῦ ναοῦ λεγούσης τοῖς ἑπτὰ ἀγγέλοις· Ὑπάγετε καὶ ἐκχέετε τὰς ἑπτὰ φιάλας τοῦ θυμοῦ τοῦ θεοῦ εἰς τὴν γῆν.

"En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de toorn Gods uit op de aarde."

Maar ook in dit hoofdstuk zet de beschrijving van het eindoordeel zich niet door.
De bliksemschichten en de donderslagen van het 18e vers (behorend bij de zevende schaal) herkennen we uit 8:5 en 11: 19, betrekking hebbend respectievelijk op het zevende zegel en de zevende bazuin.

Openbaring 8:5; 16:18

8:5 καὶ εἴληφεν ὁ ἄγγελος τὸν λιβανωτόν, καὶ ἐγέμισεν αὐτὸν ἐκ τοῦ πυρὸς τοῦ θυσιαστηρίου καὶ ἔβαλεν εἰς τὴν γῆν· καὶ ἐγένοντο βρονταὶ καὶ φωναὶ καὶ ἀστραπαὶ καὶ σεισμός.
16:18 καὶ ἐγένοντο ἀστραπαὶ καὶ φωναὶ καὶ βρονταί, καὶ σεισμὸς ἐγένετο μέγας, οἷος οὐκ ἐγένετο ἀφ’ οὗ ἄνθρωποι ἐγένοντο ἐπὶ τῆς γῆς τηλικοῦτος σεισμὸς οὕτω μέγας.

"8:5 En de engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp het op de aarde; en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving.
16:18 En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er niet geweest is, sinds er mensen op de aarde waren: zulk een aardbeving, zó groot!"

De schildering van het eindoordeel in 16: 14 - 21 biedt ons wel iets nieuws: het apocalyptische slagveld Harmágedon (waarover later meer) en het oordeel over het grote Babylon (= Rome).

Het 17e hoofdstuk tot en met het 19e, vers 10, is een beschrijving van Babel en het beest; het beoogt de tussentijd onder dit aspect te behandelen vanaf het 18e hoofdstuk wordt de val van Babylon al verkondigd.

Openbaring 16:14-21

14 εἰσὶν γὰρ πνεύματα δαιμονίων ποιοῦντα σημεῖα, ἃ ἐκπορεύεται ἐπὶ τοὺς βασιλεῖς τῆς οἰκουμένης ὅλης, συναγαγεῖν αὐτοὺς εἰς τὸν πόλεμον τῆς ἡμέρας τῆς μεγάλης τοῦ θεοῦ τοῦ παντοκράτορος... 16 καὶ συνήγαγεν αὐτοὺς εἰς τὸν τόπον τὸν καλούμενον Ἑβραϊστὶ Ἁρμαγεδών.

"14 Want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God... 16 En hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Harmagedon."




Iets over mijzelf

Na een dertigjarig predikantschap in verschillende lutherse kerkgemeenten kan ik mijzelf karakteriseren als voorganger en voorzanger

Het voorzangerschap kreeg er in Dordrecht een dimensie bij: mijn plaats als cantor in de Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o.. Door mijn initiatief is dit gregoriaanse koor in 1984 opgericht.