Luthers vertaling van Psalm 51:7
erfzonde voorondersteld...?
Slaat u een lutherse bijbelvertaling uit de vorige - of deze eeuw open bij Psalm 51:7, dan leest u:
"Siehe, ich bin in Sündenschuld geboren, und meine Mutter hat mich in Sünden empfangen."
uit de edities van 1912 en 2017.
Aannemend dat deze woorden opnieuw door vertaling tot stand gebracht
zijn, constateer ik dat ze anders luiden dan de revisies die Luther zelf
heeft aangebracht.
Luther zelf heeft tenminste twee revisies van zijn vertaling van psalm 51:7 laten publiceren:
Lutherse vertaling uit 1524: "Siet, ik bin in
sündlikem wesen gheboren,
unde mine moder hefft mi in sünden
entfangen."
Lutherse vertaling uit 1531 (revisie): "Siet, ik bin ut sündlichem
samen gheboren, unde mine moder hefft mi in sünden entfangen."
Lutherse vertaling uit 1545 (laatste revisie door Luther): "SJhe / Jch
bin aus sündlichem Samen gezeuget /
Vnd meine Mutter hat mich in sünden empfangen.."
Eerst, voor of in 1524, vertaalt Luther: in sündlikem wesen. Later, in een gereviseerde editie van 1531: ut sündlichem Samen.
In deze revisie is het zaad is kennelijk zondig naar Luthers overtuiging. Het mannelijke gaat voorop, daarna, in het tweede versdeel, komt het vrouwelijke, dat het zaad ontvangt.
In de revisie uit 1545 gebruikt Luther het werkwoord 'erzeugen', verwekken. Onmiskenbaar wordt volgens deze revisie de zonde via de voorplanting overgedragen. Luther huldigt het zgn. traducianisme dat al door de kerkvaders in de eerste eeuwen verdedigd werd.
Meer over het traducianisme bij Cyprianus en Augustinus
De overtuiging dat de ziel wordt overgedragen, wordt het traducianisme genoemd.
Cyprianus van Carthago nam dit over van Tertullianus.
Met behulp van het traducianisme van Tertullianus verklaarde Cyprianus
hoe de ‘smet van de oude dood’ vanaf Adam kon worden doorgegeven aan elk
verwekt kind. De ziel is onmiddellijk behept met ontvankelijkheid voor
de zonde en is besmet. Cyprianus schreef dat in zijn Brief 58 / 64, over
de kinderdoop.
Een pasgeborene is niet verantwoordelijk voor de smet, maar moet er van
worden gereinigd: zo verdedigde hij de zuigelingendoop.
Cyprianus verbond deze smet niet met schuld − hetgeen Augustinus wel gedaan
heeft.
Augustinus kon niet meegaan met het creationisme van zijn leermeester
Ambrosius van Milaan. Hij heeft altijd getwijfeld tussen creationisme
en traducianisme. Maar omdat naar zijn overtuiging de schuld van de eerste
zonde wordt overgedragen via de ontvangenis van een kind, was hij, wat
de overdracht betreft, een traducianist.
In de lutherse herziening (1912)wordt de nadruk gelegd op de toestand van schuld in plaats van op het biologische "zaad."
Een moderne Lutherbijbel (revisie 2017) heeft: "Siehe, ich ben in Sündenschuld geboren, und meine Mutter hat mich in Sünden empfangen."
Deze latere versies laten de zestiende-eeuwse biologische nadruk op "sündlichem Samen" los en spreken enkel over de menselijke conditie. Deze vertaling blijft dichter bij de Hebreeuwse grondtekst.
