Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen


hiernaast kunt u een periode kiezen

De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. De lijst hiernaast is toegankelijk door het schuifbalkje te gebruiken.

Hieronder volgt een recent gehouden preek

De verkondiging op de
20ste zondag na Trinitatis 2020


Mattheus 22:1-14

Het voorgelezen evangelie-gedeelte heeft een macaber einde. Een man zonder feestkleed wordt uit de bruiloftszaal gegooid, de buitenste duisternis in, waar het geween is en het tandengeknars. Als er één gelijkenis is met een akelig, onbevredigend slot, dan is het deze wel.
In verleden jaren luisterden we in het bijzonder naar het slot: over de man zonder feestkleed. Hij is niet iemand die door God van eeuwigheid af verworpen is. Niet iemand die niet uitverkoren is. Want met 'uitverkoren' bedoelt de evangelist: select, de eerste keus.
Waar het deze man aan ontbreekt, is een gedrag en een uiterlijk die passen bij de vreugde van het feest.
Jezus wil als het ware verbijstering in dit beeldverhaal verwoorden: nu zijn er voldoende feestgangers, en dan nóg zie je iemand die door zijn gedrag aan het feest afbreuk doet.
Jezus wilde in oosterse verhaaltrant de praktijk illustreren. De praktijk, dat mensen zélfs wanneer ze op het feest zijn, het dan nog laten afweten…

Vandaag begin ik met de vraag: waarom heeft de evangelist Mattheus deze gelijkenis opgenomen in zijn evangelie? Want:
In zijn tijd waren ongetwijfeld vele uitspraken, gezegden en gelijkenissen van Jezus in omloop.
Maar waarom juist déze gelijkenis?
De evangelist Mattheus heeft, juist door het slot van dit evangeliegedeelte, een grote klem op zijn hoorders en lezers willen leggen. Het is gelukt ook, want na 20 eeuwen luisteren wij er nog naar …. .
Het past ook zo goed bij de ernst die Jezus heeft uitgestraald: zeer, zeer nadrukkelijk heeft hij zijn volksgenoten opgeroepen, zich te bekeren. De onthulling, de ontplooiing van Gods koningsregering is nabij. Dat dreef Jezus: zijn volksgenoten op het hart binden dat de Heer regeert, dat Hij koning is, dat zijn Rijksregering, zijn koningschap spoedig aan het licht zou komen. En dat is, ondanks de klem, de nadruk, een vreugdevolle boodschap.

Maar ja, hoe gingen de mensen daar mee om? Vreugde hebben zij niet ervaren. Kennelijk haalden zij hun schouders op. Minachting... .
Het doet denken aan de vele, vele mensen die met onverholen minachting reageren op de maatregelen van onze regering.
Of erger, die geweld gebruiken tegen de politie.
Zij geloven in een complot. Bijvoorbeeld dat de regering zelf het virus in ons land gebracht heeft, om opruiming te houden onder ouderen en zwakken. Want die zijn zo duur, nietwaar?
Sommigen zeggen, dat de regering met apps en maatregelen de hele bevolking onder de duim wil houden.
Denk ik er anders over, dan ben ik dom of bang.

Wat mij stoort, is: wat weten die mensen het toch zo goed... .
Zelfingenomen en op zichzelf gericht, dát zijn die mensen. Zulke waren er ook in Jezus' tijd. Zij hebben het Jezus moeilijk gemaakt. Ook de evangelist Mattheus moet zulken in zijn eigen omgeving hebben gekend. Het is te horen uit de keuze die hij heeft gemaakt, keuze uit alles wat er bekend was over Jezus.
Juist uit het slot van het gelijkenis-verhaal hedenochtend kunnen we afleiden wat Mattheus het meeste stoorde. Geen feestkleed, dus, geen vreugde.
Geen blijdschap; niet de moeite genomen om zich feestelijk te kleden.
Zo neemt die man niet serieus dat het een vreugdevolle zaak is, dat grote feest waarop hij genodigd is.

De vreugde die het evangelie brengt, mag u niet versmaden. Ook niet als u vindt, dat u helemaal geen reden hebt om blij te zijn.
Misschien zijn er in uw familie of onder uw vrienden wel covid-19 patiënten. Misschien vreest u wel voor hun leven. Dan is er geen blijdschap.
Wie van u kan zeggen dat hij/zij in deze dagen niet bekropen wordt door zorgelijke stemming?
Zó bent u misschien vanochtend in de kerk gekomen.
Daar hoort u over een bruiloft, over blijdschap en feest. Maar u zegt: ik ben helemaal niet blij.
Mijn antwoord: toch hoort vreugde bij het evangelie, die hóórt bij de Kerk!
Wordt die blijdschap u dan opgedrongen?
Zó negatief mag u het niet zien. Die blijdschap wordt verkondigd, dáár gaat het om, dat ze verkondigd wordt.

De Heere-God laat u het heil verkondigen. Hij roept ons op om blij te zijn en vreugde te bedrijven. Deze oproep tot vreugde is al zeer oud. Hoor waartoe de Torah oproept; dat wil zeggen, de vijf boeken van Mozes, het belangrijkste deel van de joodse bijbel. ‘Vier uw vierdagen!' wordt nadrukkelijk aan het volk Israël opgedragen. De Israëlieten in moesten de drie hoogfeesten (Pasen, Pinkst, Loofh.) – deze drie hoogfeesten liefst zo vaak mogelijk in de tempel vieren, in Jeruzalem.

Het doet eigenlijk niet ter zake of u of ik er behoefte aan heb; persoonlijk de noodzaak ervaar om naar het evangelie te horen en in de kerk te zijn.
Het is niet sterk als ik zeg: ‘Ik ga naar de kerk alleen als ik er behoefte aan heb.'
De blijdschap van het evangelie en van het geloof is niet afhankelijk van mijn behoefte.
Want: het evangelie is verkondiging van heil dat als zekerheid buiten mij gelegen is. Als het afhangt van hoe ú de evangelieverkondiging ervaart, dan staat alles op losse schroeven.
Daarentegen hebben de apostelen en evangelisten ons iets te zeggen dat verkondigd wordt. Het is dát gepredikte dat vreugdevol is, en grote blijdschap inhoudt. Grote blijdschap! Dat zeiden de engelen al in de velden van Bethlehem, toen zij de geboorte van Jezus Christus aankondigden: "Zie, ik verkondig u grote blijdschap!"

Ook de apostel Paulus in zijn brief aan de christenen te Rome predikt: ‘Wij weten, dat Christus, eenmaal opgewekt uit de doden, niet meer sterft, de dood heerst niet meer over Hem."
Zo wordt het ons aangezegd: niet de dood regeert, maar Christus!
Hierop is de blijdschap gefundeerd waartoe evangelisten en apostelen ons oproepen.

Waar Jezus was, mocht er vreugde zijn, want Hij was in persoon de ontspannen, vreugdevolle en humorvolle koningsmens, levend vanuit het toekomende Rijk Gods, zo vol van de aanwezigheid van Gods Koningsregering, dat Hij volgens één van de Evangeliën zeggen kon: het Koningschap Gods is temidden van u.

Een woord van Jezus in het Lukas-evangelie, over lachen en spelen:
‘Bij wie zal ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en wien zijn zij gelijk? Zij zijn gelijk aan de kinderen, die op de markt zitten, en elkander toeroepen, en zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en u hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en u hebt niet geweend."

Jezus gebruikt de beeldenden taal, over kinderen die dansen, muziek maken en bruiloftje en begrafenisje spelen. Het zijn de kinderen die Jezus ons ten voorbeeld houdt, kinderen in het bijzonder die kunnen opgaan in hun spel. Want voor kinderen is het leven nog een spel, tenminste als ze niet bij allerlei grote-mensen problemen worden betrokken.
De maatstaf is juist vreugde, ontspanning en spel, want die allen zijn de voorboden van het Rijk Gods dat komt.
Waar is het spel van de grote mensen? Gelukkig kunnen we dicht bij huis blijven: hier, in dit Godshuis en huis van de Gemeente. Het spel dat een klassieke Eredienst toch ook is, met haar vormen en kleuren, haar bewegingen, haar zang en bijzondere taalgebruik.

Wij zijn in deze boze tijd veel kwijt: onze gezongen liturgie kan niet functioneren. Daarom is het juist zo belangrijk, dat wij bij het geloof bewaard blijven. Hier is de verkondiging essentieel. Dat klassieke woord, verkondiging, of prediking. Het hoort tot de kern van het lutheranisme.
Weest standvastig! Ik dacht daaraan toen ik vlak bij Zierikzee was, vanochtend. Op de Nieuwe Koolweg stond ik een korte tijd vast, tegenover een rijtje auto's op de andere weghelft. Wie stond daar, met zijn platte poten onverzettelijk midden op de weg? Een grote zwaan! Ik dacht direct: dat is de lutherse zwaan – die weet van geen wijken!
Zo moeten ook wij in deze moeilijke tijd standvastig zijn, Standvastig: elkaar blijven vasthouden, elkaar en de Heere-God ontmoeten, hier in dit Huis.

Vandaag is het liturgische spel compleet, door het vieren van het H. Avondmaal. Het is geen maaltijd omwille van ons lichaam dat honger heeft. Wij vieren dit Avondmaal enkel omdat de Christus het ons opgedragen heeft.
Niet onze behoefte of stemming geeft de doorslag of we al dan niet mee zullen doen.
Het uitgangspunt is Gods oproep om blij te zijn en te staan in de vrijheid en de vreugde van het geloof. Laat merken dat u blijmoedig aan het Avondmaal deelneemt.

Blijmoedigheid hoort bij onze Lutherse Kerk. Het is al bekend van Luther. Juist van hem, en daarmee bedoel ik dit: u moet namelijk niet zeggen, dat blijmoedigheid afhangt van het karakter. Je hoort nog wel eens dat Luther een gezellige dikzak was, verzot op bier.
Pas daar mee op, en zeg zeker niet dat zijn blijmoedigheid afhing van zijn karakter.

Luther was juist een zwaarmoedig mens, had te lijden van aanvechtingen en mismoedigheid. Toch is juist hij het die altijd heeft gezegd: ik geloof en daarom ben ik blij! In tijden van twijfel en verdriet ‒ en wat heeft Luther het moeilijk gehad met al dat nieuwe en onverwachte dat het Evangelische geloof hem bracht, en wat een verdriet heeft hij gehad vanwege de dood van zijn dochtertje en ook vanwege de haat en nijd van zijn tegenstanders ‒ toch heeft hij in tijden van twijfel en verdriet nooit de blijdschap van het geloof verloren. Sterker nog, hij kon door het zingen van een geloofslied de duivel op de vlucht jagen. Een gezegde van Luther: ‘De duivel houdt niet van de vreugde des geloofs!’
Luther kon blijmoedig en opgewekt zijn in zijn verdriet, vanwege vaste overtuiging dat de Heere-God regeert en de macht in handen heeft.

Wij hebben in deze dagen het humorvolle en het spel van het komende Rijk Gods hard nodig. Die genodigden in Jezus' gelijkenis waren veel te ernstig.
Gebrek aan echte, heilzame ontspanning bedreigt ons in deze tijd ook. Een tijd waarin een sluipmoordenaar zijn verwoestende werk doet: het coronavirus covid-19.

Des te meer mogen wij geïnspireerd worden door deze gelijkenis: die veronderstelt dat er de vreugde van het geloof mag zijn. Een vreugde die niet opkomt uit - of afhankelijk is van onze behoefte.
Een vreugde die niet van deze wereld is, want ze is een soort omgekeerde projectie van de komende wereld. Die vreugde breekt heilzaam in op onze wereld. Leven in onze wereld is dan serieus nemen dat God regeert. De koningsregering van God is richtinggevend voor ons christen-zijn. Aan het dragen van verantwoordelijkheid hoeft u zich dan niet te vertillen! Krampachtigheid en streberij, prestatiezucht en wedijver, mogen niet voorkomen. Immers, het uitgangspunt is Gods vreugde! Vreugde omdat de vervulling niet in onze macht ligt, maar enkel in Gods belofte.

We zien en horen aan de Christus Jezus dat hij volstrekt heeft kunnen leven vanuit de vreugde van Gods komende Rijk. ‘Weest niet bezorgd...,’ sprak hij.
Christus is de goddelijke spelbreker: hij doorbreekt alles wat wij belangrijk vinden. Zijn leven heeft de kwaliteit van een kinderspel dat ons helemaal in beslag neemt, zonder tobberij of twijfel.

Wij geloven dat deze Christus lééft! Een dergelijk vreugde-scheppend en bevrijdend leven kán immers door de dood niet worden ten onder gehouden. En wat meer is, deze levende Heere Christus is nog steeds bij ons, op de wijze van de Heilige Geest. Wij gedenken en vieren dat als avondmaalsgangers, in het Avondmaal, instrument van Gods Geest, een voertuig via hetwelk de levende Christus tot ons komt.
De blijdschap dat Christus tot ons komt, hem in zijn verbondenheid met ons, bezingen we in ons lied: Gez. 428

ELG Zierikzee, 25 oktober 2020

Waarom vaste lezingen?

Een vaak gehoorde kritiek: wanneer elke zondag haar vaste schriftlezingen heeft, zullen trouwe kerkgangers nooit prediking uit de volledige bijbel horen

Toch is de keuze van de klassieke liturgisten zo goed, dat alle aspecten van het evangelie aan de orde komen. Bovendien zijn er regelmatig verwijzingen naar de Hebreeuwse bijbel. Zo komt de volheid van de gewijde Geschriften tot zijn recht.