Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen
hiernaast kunt u een periode kiezen
De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. Kies een tijdvak in de lijst en klik op de knop.
Hieronder volgt een recent gehouden preek.
DE ALMACHT VAN GOD
EN HET GEZAG VAN CHRISTUS
De verkondiging
op de Achtste Zondag na Trinitatis
Kracht komt in zwakheid
tot zijn doel
2 Kor. 12:9b
‘‘Als God almachtig is, dan...’ – wat hoor je dat toch vaak gemelijk
en kribbig zeggen, door onkerkelijke mensen.
Dit is geen goed begin van een gesprek over Gods almacht. Het liefst zou
ik eerst willen vragen: wat is die almacht eigenlijk?
God is almachtig – wil dat zeggen dat God alles kan?
In de Middeleeuwen discussieerden de theologen over de vraag: als God
alles kan, kan Hij dan een steen maken die zo zwaar is dat Hij hem niet
kan optillen?
Dit heeft met het evangelie niets meer te maken.
Maar als wij vanuit het Evangelie willen leven, dan blijft de vraag: wat
is die almacht van God dan?
Met dat woord ‘almacht’ is het niet best gesteld, vooral zoals er vroeger
over gesproken werd.
Maar we weten nu veel meer.
De oorsprong van dit woord ligt in de worstelsport.
'Alles aanpakkend' is de beste vertaling. Zo moet een worstelaar zijn
sport beoefenen. Volledige inzet.
Totale toewijding. ( Toelichting en verantwoording onderaan de pagina:
klik hier )
Dat wil niet zeggen dat een worstelaar alles kan, maar hij kan zich wel
volledig inzetten.
Zou God alles kunnen? Hoe zit het dan met de chaos en woestenij van deze
aarde? Die chaos is er nog steeds. Dat is voor een groot deel onze schuld.
Denk niet, dat die grote bosbranden in Frankrijk en Spanje en elders in
de wereld, zomaar vanzelf zijn ontstaan. Want: zo erg als nu is het nog
nooit geweest.
Ik geloof dat onze God zich tegen de chaos en de wanorde en de onleefbaarheid
zich volledig inzet.
Hij wordt ons niet geopenbaard als almachtig, alles kunnend, maar wel
als: alles aanpakkend.
Ik ga het woord ‘almachtig’ niet schrappen, dat gaat niet.
Ik stel u voor dat we het voortaan anders invullen.
Denk nog eens aan die worstelaar.
Hij zet zich volledig in, gebruikt zijn kracht. Maar hij heeft nog niet
de overwinning.
De overwinning ligt nog in de toekomst. Daar is hij op gericht, met volledige
toewijding.
Met eenzelfde toewijding is God onze schepper, verlosser, bevrijder. Ook
dat ziet op de toekomst, onze toekomst.
Onze toekomst, want nu zien we er nog zo weinig van, of, naar ons gevoel,
niets.
Wat moet je dan met zo’n uitleg, van Gods volledige toewijding? Wat zie
je er van?
Willen we wat zien? Niet ‘wat’ ... maar iemand.
De Christus Jezus is degene in wie Gods almacht, Gods volledige toewijding,
een menselijk gezicht gekregen heeft.
Een menselijk gezicht, volledig menselijk; en daarom mogen we ook niet zeggen:
Jezus is almachtig, in de zin van: Jezus kan alles.
Maar hoe zit het dan met de macht van Christus?
Nu we zoveel met taal en woorden bezig zijn:
haal nooit twee bijbelse woorden door elkaar.
De woorden: macht en gezag.
Je vindt deze verwarring in allerlei vertalingen, tot in die Nieuwe Bijbelvertaling
toe.
Aan het einde van het Mattheus-evangelie staat de opdracht van de Christus
Jezus aan zijn apostelen. Die opdracht begint, volgens vele bijbelvertalingen:
‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.’
Dat woord ‘macht’ hoort daar niet.
Het is de Naardense Bijbel van Pieter Oussoren die deze woorden van Christus
zuiver vertaalt: ‘Mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde.’
Gezag is iets anders dan macht. Een illustratie:
Denk aan een politieagent midden op een kruising waar de verkeerslichten
zijn uitgevallen.
Er komt een zware vrachtwagen aangereden.
De chauffeur kijkt naar het stoplicht, ziet dat het niet werkt en vindt
dat hij wel kan doorrijden.
De politieagent moet ingrijpen.
Hij heeft niet de macht om het gevaarte te doen stoppen, daar is die vrachtwagen
te groot en te zwaar voor.
Maar – hij heeft wel het gezag. Gezag, gekregen van de overheid.
Zo heeft de Christus Jezus gezag van zijn hemelse Vader gekregen.
Christus is onder de mensen geweest, God met ons, maar zonder macht. Soms
kon hij geen genezingen verrichten, vanwege het ongeloof van zijn volk...
.
Geen macht, geen machtsmiddelen, wel gezag.
Gezag – daar zit het woord ‘zeggen’ in, vandaar dat we ook ‘zeggenschap’
kunnen gebruiken.
Toch is dat maar een gedeelte.
In het slot van het Mattheus-Evangelie geeft de Christus Jezus de opdracht
aan zijn apostelen: ‘Gaat heen de wereld in en leert de volkeren te onderhouden
al wat ik u bevolen heb.’
Daar zit alles in: het spreken van de verkondiging én de levenspraktijk,
het gedrag, de levensstijl in overeenstemming met het Evangelie.
Hoe dat gegaan is, hoe dat nog de stijl van de Kerk is?
Dan kijken we naar het apostelschap van Paulus.
We kunnen het te weten komen uit zijn brieven. De apostel Paulus is degene
die als eerste het zendingswerk beschreven heeft.
Hij heeft zijn roeping in een verhaal beschreven:
hij is door Christus zelf geroepen en de schok van de roeping was zo groot
dat hij blind raakte. Dat zegt meteen al iets over het startpunt van zijn
werk als evangelist en apostel.
Zijn werk als apostel van Christus is begonnen vanuit zijn onmacht, vanuit
zijn zwakte. Daarom kon hij later schrijven: 'Kracht komt in zwakheid
tot zijn bestemming, tot zijn doel.' 2 Kor. 12:9b
En ook: 'Jegens allerlei toestanden ben ik sterk in Christus die mij kracht
geeft.' Fill. 4:13
Van zichzelf is Paulus niet sterk, in tegendeel. Hij wil ook niet gerekend
worden tot de sterken, de mensen met macht.
Dit is volledig in overeenstemming met zijn eigen bijbel, de bijbel die
wij het Oude Testament noemen. God is zeer hoog gezeten, maar Hij kijkt
in de diepte want daar wil hij de zwaksten en de kleinsten ontmoeten.
Maria zingt het, in haar Magnificat, en haar woorden heeft ze niet zelf
verzonnen, ze komen allemaal uit haar Bijbel.
Paulus heeft veel verguizing, minachting en zelfs vervolging moeten
lijden. Hij zegt heel duidelijk waardoor dat gekomen is. Hij noemt het:
de dwaasheid der prediking.
Paulus bedoelt niet, zoals vele uitleggers zijn bedoeling misverstaan
– Paulus bedoelt niet, dat de prediking een dwaasheid is.
Hij wil zeggen dat wie hij predikt, een dwaasheid is. Let goed
op het verband: de Joden wensen wonderen te zien, de Grieken zoeken naar
wijsheid, maar wij prediken de gekruisigde Christus. De gekruisigde Christus,
voor Joden aanstootgevend, voor de volkeren een dwaasheid.
Niet de prediking is een dwaasheid, de gekruisigde Christus is een dwaasheid.
**)
Gods almacht? Nee, maar de gekruisigde Christus
wordt gepredikt.
Wat zijn er nog vele kerkgangers en buitenkerkelijken, die blijven steken
in oude, verouderde ideeën over de almacht van God.
‘t Is te begrijpen dat voor hen de kruisdood van Christus op gespannen
voet staat met Gods almacht.
Toch mag hier geen tegenstelling zijn.
De apostel Paulus heeft, in zijn moeilijke en zware tijd vol tegenstand
en teleurstelling – hij heeft toen geschreven: ‘Kracht komt in zwakheid
tot zijn doel.’
‘Kracht komt in zwakheid tot zijn doel,’ hoe bijzonder is dat!
In die paar woorden zit heel de toekomstverwachting van de Kerk. De verwachting
van de ontplooiing van Gods koningschap.
Teksten genoeg die dit zeggen en ondersteunen, te vinden in de Joodse
Bijbel en de Bijbel van de Kerk.
De mooiste vind ik: die in het boek van de profeet Zacharia. De God van
het bijbelse Israël zegt daar: ‘Niet door kracht of geweld, maar door
mijn Geest zal mijn wil geschieden.’
Zo mogen wij denken en spreken over Gods almacht.
Zonder machtsuitoefening zet onze Heere-God zich volledig in, met volledige
toewijding.
Hierin is het vertrouwen gelegen van het Israël van de Bijbel, en van
de Kerk die zich met het Israël van de Bijbel verbonden weet.
Er is meer: ons vertrouwen wordt gevoed door de dwaasheid die de gekruisigde
Christus is.
Hier is de kracht die God is, geopenbaard en die kracht zal, in die dwaze
zwakheid, tot zijn doel komen.
Het doel? Christus’ kruisdood en zijn opstanding horen bij elkaar. In
de opgestane Christus Jezus zien wij de nieuwe mens, met een verheerlijkt
lichaam.
Zo mag je ook het tekstwoord verstaan: De kracht (en die kracht is God)
komt in zwakheid tot zijn doel.’
Tot slot: die zwakheid en dwaasheid mag nooit een excuus zijn om onze
verantwoordelijkheid te ontlopen.
U zelf weet heel goed wat u aankunt; waar liggen uw aanleg, vaardigheid,
begaafdheid, beschikbare tijd en zo meer.
Christelijk leven, christelijk gedrag is niet: zelf macht willen hebben.
Maar Gods medearbeiders zijn, met Hem die zich volledig inzet, en op zijn
hoge niveau doet wat Hij kan om de chaos en het kwaad te overwinnen.
Zo zingen wij: Lied 966 : 1, 4 en 5
daarna de Dienst der Offeranden en Gebeden.
ELG Zierikzee, 26 juli 2026
*)
Zelfs de geleerdste taalkundigen weten geen raad met de Hebreeuwse achtergrond
van dit woord.
Mijn hervormde collega in Bergen op Zoom (ten tijde van mijn predikantschap
daar), Bert ten Kate, heeft er een universitair proefschrift over geschreven.
Het woord heeft een rare kronkelweg afgelegd door het Hebreeuws, het Grieks
en het Latijn.
Het ‘Latijnse eindstation’ van dit woord is omnipotens geworden. Alles-kunnend,
almachtig.
Uiteindelijk heeft de vroeg-christelijke Kerk het aangemerkt als een woord
dat verzet aantekent tegen de macht van de Romeinse keizer. Dat is natuurlijk
als bemoediging best mooi.
Maar de tegenstelling is niet zuiver.
De keizer, machtig, ja, maar God is almachtig. Zo kwam de overtuiging
de Kerk binnen, dat God alles kan.
Collega Ten Kate heeft uitgezocht en aangetoond hoe dat woord ‘almacht’
in gebruik geraakt is.
Het Hebreeuwse woord, dat moeilijke woord, hebben Grieks-sprekende Joden
vertaald voor hun Griekse Bijbel. Dat woord is eigenlijk best goed gekozen,
het komt uit de worstelsport.
‘Alles aanpakkend’ is de letterlijke vertaling.
Een worstelaar kan zijn tegenstander alleen verslaan als hij zich volledig
inzet. Hij moet zoveel mogelijk grepen toepassen en ook goed opletten
op de trucjes van de tegenstander. De tegenstander is immers leep en geraffineerd...
.
Dit wil niet zeggen dat de worstelaar alles kán.
Maar wat hij wel doet, is: zich volledig inzetten.
Het is erg triest dat in de Latijnse bijbelvertaling deze mooie gedachte
is weg vertaald. ‘Omnipotens’ werd er gebruikt; dat is: almachtig.
In plaats van ‘alles aanpakkend’ kwam er ‘alles kunnend,’ en vandaar:
‘almachtig.’
**)
Deze uitdrukking is een hebraïsme: het woord prediking mag hier niet als
zelfstandig naamwoord gezien worden, maar fungeert als genetivus qualitatis:
het zegt iets over het woord dwaasheid. Neem het hier als bijvoeglijk
naamwoord, en lees: de gepredikte dwaasheid.
