Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen


hiernaast kunt u een periode kiezen

De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. De lijst hiernaast is toegankelijk door het schuifbalkje te gebruiken.

Hieronder staat mijn laatstgehouden preek

De verkondiging
op de 18ste Zondag na Trinitatis

Bevestiging is kracht bemiddelen
                            bevestiging en inzegening

Wij zijn niet gewend om in de preek te horen over de verschillen tussen onze liturgie en die van gereformeerden en hervormden. Natuurlijk niet, want een preek is allereerst verkondiging. Het heil wordt u aangezegd, beloofd, aanbevolen ook.
Vandaag wil ik toch – als opstapje naar die verkondiging – iets zeggen over het begin van de liturgieviering.
Wat doen de kerkgangers in een klassieke hervormde of gereformeerde Eredienst? Zij gaan staan, aan het begin van de Dienst
Zij doen dat op het moment dat predikant en andere kerkenraadsleden de kerk binnenkomen.
Waarom ze dat doen? Zij gaan staan omdat, naar hun idee, de ambtsdragers binnenkomen... .
Wij hier, doen dat niet.
Dit gaan staan vind ik een rooms overblijfsel... .

Over ons wordt licht afkeurend gezegd: ze lijken wel rooms in die kerkdienst.
Wel, ik vind het gaan staan aan het begin van een kerkdienst een rooms overblijfsel.
Waarom staan wij dat niet? Waarom blijft u zitten wanneer predikant of kerkenraadsleden binnenkomen? En waarom krijgt de predikant ook geen handdruk?
Het antwoord is even kort als verhelderend.
Het ambt zit er al... !
U mag blijven zitten want u draagt, samen met mij, de predikant, en samen met de kerkenraad – u draagt het ambt van verkondiging.

U allen draagt het ambt van verkondiging, en die overtuiging is al heel oud.
Je kunt haar bij Luther vinden; hij zei: het mag niet zo zijn dat de paus en de bisschop beslissen over de evangelieverkondiging. Dat zij beslissen dat ik naar een priester moet luisteren; nee zeg, alsof alleen die man dat zou kunnen.
Iedere gelovige in de kerk zou mogen preken – alleen, dat wérkt niet in de praktijk. De kerkelijke gemeente moet een keuze maken, moet iemand beroepen die de gave der evangelieverkondiging heeft.

Hetzelfde principe mag u toepassen op een ouderling in de kerkelijke gemeente.
Hij/zij wordt niet van boven af gelanceerd in uw midden, zelfs niet wanneer hij/zij door de kerkenraad wordt voorgedragen.
U, de gemeenteleden, bent het die kiest, hetzij direct, hetzij indirect.

De verkiezing, de keuze, is waar het om gaat bij het op zich nemen van het ambt.
De inzegening is een liturgische plechtigheid, dat komt altijd later.
De inzegening met handoplegging wekt de indruk dat op dát moment pas onze nieuwe kandidaat pas écht ouderling is.
Maar zo is het niet.
Broeder Simon is al een tijd lang uw ouderling, want hij is gekozen.

Iemand zou kunnen vragen: maar als hij toch al ouderling was, wat is die inzegening dan waard?
De inzegening met de handoplegging heeft kracht van verkondiging. Er gaat een prediking van dit ritueel uit.
Vergelijkt u het maar met het geven van de hand.
Wanneer u elkaar de hand geeft, dan schept dat verbondenheid. Je hoeft de ander niet de vingers beurs te knijpen, maar, een stevige handdruk laat wel voelen dat je de ander kracht toewenst.
Ik ken mensen die bij het geven van de hand ook de andere hand gebruiken. Op zo'n moment wordt de hand van degene tegenover je helemaal omsloten.
Zoiets doet goed, in een moeilijke tijd. Het brengt extra hartelijkheid over, schept extra verbondenheid,
ja zelfs bemiddelt het een soort kracht naar de ander.

De handoplegging is met het voorgaande te vergelijken. Het is een nog intenser verbinding scheppen.
In de culturen van het grijze verleden kwam het al voor; zo ook in de tijd waarin de bijbelverhalen over de aartsvaders werden geschreven.
Wij weten nu hoe die handoplegging toen is gegaan.
Wij hebben meer kennis over woorden als zegenen en handopleggen. Het hele hoofd werd omvat, net als een handdruk met beide handen.
Het hele hoofd, het werd als het ware ondersteund.
Het is opnieuw een aanraking die kracht bemiddelt.
Je kunt iemand die het hoofd laat hangen, zeggen: ‘Kop op, mens!' – maar je kunt hetzelfde ook lichamelijk overbrengen. Het hoofd van de ander ondersteunen, opbeuren... .

Mogelijk denkt er iemand hier: nou, nou, die dominee heeft een handoplegging gedaan en denkt van zichzelf dat hij kracht heeft overgebracht.
Maar zo ziet u het verkeerd.
De handoplegging heeft iets sacramenteels – en in een lutherse Eredienst komt het sacrament van Christus zelf.
Je kan stellen: niet de voorganger is het die doopt of brood en wijn uitdeelt of het evangelie verkondigt, of de handen oplegt – maar het is Christus zelf.
Een voorganger, een predikant, een liturg, hij/zij is een instrument in Christus' hand.
Ik heb hedenochtend, door de handoplegging en door de evangeliewoorden, niets gedaan uit mijzelf of namens mijzelf. Alleen in de naam van – en op gezag van de Christus Jezus heb ik dit ritueel voltrokken.
Christus heeft leerlingen tot zijn apostelen aangesteld en zo zijn ze zijn gevolmachtigden geworden. Daarna hebben zij, met die volmacht, anderen tot de Dienst van het Evangelie van Christus.
Zij hebben hen de handen opgelegd en hen zo bekrachtigd tot de Dienst.

Dienst. Dienst en gezag. Ze lijken tegenstrijdig te zijn. Net zoals in de evangelielezing vandaag tegenstrijdig lijkt te zijn dat Christus én Davids zoon én Davids Heer is.
Maar ze gaan samen.
Is er sprake van gezag en bestuur, dan zijn ze altijd gebonden aan het Evangelie. Zo staan dienst en regering nooit op gespannen voet.
Het kan ook niet anders. Want voor wie is het Evangelie bestemd?
Dat zijn allereerst zij die niet zonder deze goede boodschap kunnen leven. Zij die niets anders hebben dan deze belofte van Godswege. De Bijbelboeken zijn duidelijk: het zijn de zwakken, zieken en doden. Mensen die in het oordeel van de zelfingenomen wereld niet leven, dus, verwaarloosbaar, óf, als het zo uitkomt, tot zondaar kunnen worden uitgekreten, en daarna tot zondebok gemaakt.

De Christus Jezus heeft zich het lot aangetrokken van de allerzwaksten, zij die in de dood liggen, zij die zichzelf niet kunnen verdedigen.
Joden en Christenen horen op te komen voor de zwakken; we hebben die opdracht duidelijk kunnen vernemen in de eerste Schriftlezing, deze zondag.
Een ouderling in de Kerk heeft daarom kracht nodig om de gemeenteleden aan die opdracht te houden. Want veel kerkelijke gemeenschappen hebben de neiging om zich naar binnen te keren; om alle energie op het eigen gemak te richten.
Het Evangelie van Christus maakt het ons niet gemakkelijk. Je kunt het niet in moralistische zin jezelf toe-eigenen en vervolgens niks doen.
Het leven en het onderwijs van de Christus Jezus zelf zijn ook niet gemakkelijk geweest. Maar, u en ik hoeven ons daar niet aan te vertillen.

U en ik zijn Kerk, en de Kerk is het Lichaam van Christus en mag leven en daden stellen vanuit zijn kracht.
Kracht is daarvoor nodig.
Die kracht is overgekomen op onze pasgekozen ouderling, door de gebeden, door de handoplegging, door het zegenlied.
Dit alles is geschonken door Gods liefde, en dan mag het voor ons allen een vreugde zijn om te arbeiden in zijn dienst.

zingen wij gezang 481

ELG Zierikzee, 30 september 2018

Waarom vaste lezingen?

Een vaak gehoorde kritiek: wanneer elke zondag haar vaste schriftlezingen heeft, zullen trouwe kerkgangers nooit prediking uit de volledige bijbel horen

Toch is de keuze van de klassieke liturgisten zo goed, dat alle aspecten van het evangelie aan de orde komen. Bovendien zijn er regelmatig verwijzingen naar de Hebreeuwse bijbel. Zo komt de volheid van de gewijde Geschriften tot zijn recht.