Preken over teksten uit de klassieke lutherse pericopen


hiernaast kunt u een periode kiezen

De preken op deze website zijn gerangschikt volgens de klassieke lutherse indeling van het kerkelijk jaar. De lijst hiernaast is toegankelijk door het schuifbalkje te gebruiken.

Hieronder volgt een recent gehouden preek

De verkondiging
op zondag Jubilate 2021


Johannes 16:16-23a

Wij zijn nu in het hart van de Paastijd. Drie zondagen hebben we achter de rug. De Eerste Paasdag, het eigenlijke Hoogfeest, wordt vandaag als het ware weer opgepakt, een hernieuwde vreugdedag. Zondag Jubilate!
Hoor hoe Jezus spreekt in de afscheidsrede die wij hedenochtend hebben gehoord. Herhaaldelijk spreekt hij het woord blijdschap uit, en zet dat tegenover de droefheid die er nu heerst. Nu droefheid, maar eens blijdschap!
In de kerk is er niet altijd blijdschap. Maar méérder dan de kerk is het Rijk Gods. Daarom kan de apostel Paulus in zijn Romeinenbrief zeggen: ‘Het Koninkrijk Gods, Gods koningsregering, is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest.'
U zou kunnen vragen: maar wat hebben wij met rituelen rond spijs en drank? Toch – die Pauluswoorden hebben hun actualiteit nog steeds niet, nog láng niet verloren.
Vrijwel alle grote conflicten in de geschiedenis van de mensheid zijn te herleiden op tegenstellingen van godsdienstige aard. Waar is dan de blijdschap?
Blijdschap bij gelovigen is kennelijk niet vanzelfsprekend. Daarom is het dat Jezus in zijn afscheidsrede nadrukkelijk blijdschap belooft: ‘Uw droefheid zal tot blijdschap worden.' En: ‘Ik zal u terugzien, en uw hart zal zich verblijden.'

Eerder al, 25 jaar eerder, had de apostel Paulus aan de christenen te Rome geschreven over de blijdschap en Gods koninkrijk, Gods koningsregering.
Wat is de achtergrond van deze woorden?
Er waren in de piepjonge christelijke Gemeenten gelovigen van joodse afkomst en van niet-joodse afkomst. In de christelijke Gemeente van Rome hadden deze twee groepen onenigheid over de zogenaamde spijswetten. Joden mogen geen varkensvlees eten, en vlees dat zij wel mogen eten, moet afkomstig zijn van dieren die op koosjere manier zijn geslacht.
De christenen van joodse afkomst hielden zich aan die spijswetten. Maar de christenen van niet-joodse afkomst, Griekse of Romeinse christenen bijvoorbeeld, die vonden het niet nodig om zich te houden aan die voorschriften. ‘Als je in Christus gelooft,' zeiden ze, ‘dan hoef je dit soort geboden niet na te komen. Waarom zou het ook, nu wij in de vrijheid van Christus staan?'

Voor ons is dit geen vreemd geluid. Maar voor de Joden die christen waren geworden, had dit iets revolutionairs. Want hier stond toch maar de Torah ter discussie, de eerbiedwaardige Wet van Mozes... . Bovendien kwam er ook jaloezie op. De joodse christenen herinnerden zich hun opvoeding, met alle voorschriften en geboden. Daar moesten zij zwaar aan tillen! En nu, kijk nu eens, daar heb je mensen die dat zomaar overslaan. Ze geloven óók, en ze hebben het maar makkelijk...!
U kunt wel nagaan dat hierdoor spanningen ontstonden. Waar spanningen zijn, komt de blijdschap tekort.
Spanningen in dezelfde Gemeente! We praten dan wel over de eerste generatie christenen... Als die dan al onderlinge tegenstellingen hadden, dan kunt u wel nagaan hoe het verder ging. Daar zal de blijdschap snel ineenschrompelen.
Daarom schrijft de apostel Paulus: ‘Gods koningsregering is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heiligen Geest.'

De evangelist Johannes dan, uit wiens evangelieboek wij op de Paaszondagen horen, Johannes, had hij reden tot droefheid en blijdschap?
Ook Johannes en zijn gemeenteleden hadden onder een godsdienstig conflict te lijden.
Gaan wij nauwgezet na hoe zij het Johannes-evangelie hebben samengesteld, dan wordt het wel duidelijk met wie en waarover er strijd was.
Het was een conflict met de Joodse synagoge over Jezus: is hij werkelijk de Zoon van God, heeft God de Vader werkelijk hem gezonden om Heiland van de wereld te zijn?
Het moet Johannes en de zijnen verdriet gedaan hebben dat dit verschil in belijdenis hoog opgelopen was.
Zo hoog opgelopen dat er geen weg meer terug was.
Een breuk tussen de Joodse synagoge en de gemeenten rond Johannes.
Johannes en de zijnen hebben een selectie gemaakt uit alle herinneringen aan Jezus' woorden. In deze afscheidsredes zie je duidelijk het getuigenis tegen de Joodse synagoge. Het getuigenis dat ‘Jezus is de Christus, de Zoon van God.'
In de afscheidsredes spreekt Jezus herhaaldelijk over ‘de Vader' en bedoelt daarmee de God van Israël.
Jezus heeft een persoonlijke relatie met de Vader. Eerst hij, hij kan spreken over de Vader als ‘mijn Vader.' Dán wij pas, daarna spreken wij over ‘onze Vader.'
Het is persoonlijk, de Vader is een persoon, Jezus is een persoon. Dat is zo belangrijk!
Ja, er zijn velen buiten en ook in de kerkelijke gemeenten die het persoonlijke van God verwerpen.
Naar hun idee is er een mysterie of verborgen kracht, dat is God. God kan dan ook niet gekwetst worden of liefhebben, kan zich niet terugtrekken of toenadering zoeken.
Maar wat is dan de blijdschap van Jezus, omdat hij tot de Vader gaat, en ook weer terug zal komen tot de zijnen, als de Heilige Geest?
Zo persoonlijk is dat.

Hoe zal onze persoonlijke omgang met elkaar zijn?
Wie geen persoonlijke God erkent, hoe zal een ander mens voor hem/haar bestaan? Zijn wij dan nog wel personen voor elkaar?

Bij persoon en persoonlijk denken we aan het humane, het menselijke, het respect voor de ander, het aanvaarden van een naaste, hem/haar liefhebben.
Heel goed, maar waarom schieten zoveel mensen daarin tekort? Ook zij die het persoon-zijn van God verdedigen?
Waarschijnlijk komt dat omdat wij mensen de neiging hebben, vanuit onszelf te redeneren. Een persoonlijke God gezien vanuit ons eigen persoon-zijn.

Maar wij moeten het omkeren. Niet wij weten wat persoonlijk is, God weet het. Hij gaat daarin voorop.

Een voorbeeld om dat omkeren te verduidelijken: uit mijn studententijd. Een college van Breukelman, oud-testamenticus aan de Universiteit van Amsterdam. Breukelman raakte in discussie met een student. Het ging over een tekst waarin Gods handen werden genoemd.
Moet ik dat in mijn preek gebruiken, vroeg de student. God heeft toch geen handen...
Breukelman stoof op: denk jij dan dat jij handen hebt? Klauwen zijn het. Nee, Gód, Gód heeft handen!
Bij God moeten we beginnen.

Dus: draai het om. Niet wij weten wat persoonlijk is, God weet het. Hij gaat daarin voorop.
Ons persoon-zijn zou een resultaat, een vrucht, moeten zijn van wie God voor ons is.
Wij komen dan, als vanzelf in de prediking, komen dan uit bij de Christus, bij zijn hoogheidstitel ‘God-met-ons', Immanuël.
Het Woord van God is vlees geworden en heeft onder onder gewoond, aldus een kerntekst in het Johannes-evangelie.


In deze dagen hebben talloze mensen contact met elkaar via Facebook, LinkedIn, Instagram, Twitter en WhatsApp. Maar nooit is er zoveel gemeenheid en vuilheid, onwaarachtigheid en bedrog onder de mensen als nu in de openbaarheid gekomen.
Wat is de mens als persoon nog waard bij hen die de Allerhoogste Persoon verwerpen? Waar is de blijdschap over de komst van de ander in hun leven?

Zijn er onder u die van mening zijn dat God hetzelfde is als het zijn, het bestaan?
Uw mening is van u, u bent er vrij in. Maar realiseer u dat uw god eigenlijk een filosofisch gegeven is; en dat is onpersoonlijk.
Mozes, de profeten, Jezus en later zijn naaste leerlingen vertrouwden niet op het zijn maar op de zijnde. Een God die wordt genoemd: Ik ben die Ik ben. Beter vertaald: Ik ben er bij aanwezig.
Deze aanwezigheid is in de Christus Jezus tot volledige ontplooiing gekomen. Christus: het Woord van God dat als mens ons nabij gekomen is, met ons wil zijn.

Jezus zegt in de eerste afscheidsrede (14:10,11) dat hij in de Vader is en de Vader in hem.
Zo nauw, zo persoonlijk is de band tussen hem en de Vader. Op die manier is hij temidden van zijn volksgenoten geweest. Evenzo wil hij in ons midden zijn, omdat wij zijn lichaam zijn, voortzetting van zijn aanwezigheid op aarde.

Christus met ons en hij bindt ons op het hart: indien jullie mij liefhebben, zullen jullie mijn geboden onderhouden (14:15). En even later zegt hij tot zijn leerlingen, en nu ook tot ons: Wie mijn geboden heeft en ze onderhoudt, die is het die mij liefheeft.
En wie mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en ik zal hem liefhebben en mijzelf aan hem openbaren (14:21).
Hoe zal dat openbaren in zijn werk gaan?
De Christus Jezus in ons midden, terwijl hij heengegaan is naar de Vader – hoe kan dat?
Dat kan omdat hij een plaatsvervanger heeft gestuurd, die hij noemt: een andere trooster, de Parakleet.
Dit Griekse woord betekent letterlijk: de er bij geroepene. We kunnen denken aan de Heilige Naam van de God van Israël: Ik ben de aanwezige.
De Parakleet is de Heilige Geest. Hij is Jezus in zijn verborgen aanwezigheid.

Ik zie u terug, zegt Jezus in het voorgelezen evangelie hedenochtend. Ik zie u terug. Hij doelt op zijn aanwezigheid door de Heilige Geest. Dan, zegt hij,
dan zal u vreugde volkomen zijn.

Vandaag, op Jubilate, de jubelzondag, leggen wij nadruk op de blijdschap. Daarbij komt de liefde en dat gaat prima samen. Het gebod van Christus dat wij elkaar liefhebben, dat past zo goed bij zingen en vreugde.
Zeg nu zelf: als u liefhebt, dan bent u van vreugde vervuld! Kent u de oprechte, onbaatzuchtige liefde, dan kent u ook de blijdschap die u door en door verwarmt !

In de Psalmen van Israël horen we hoe het volk Israël zijn godsdienst moest beleven. Israël wordt daarin opgeroepen om de jubelstem te verheffen, te jubelen omwille van de Heer die de allerlaagsten en echt hulpelozen opricht.
Hier is de liefde van Heer, de God van Israël, een concrete liefde, metterdaad.
Dat is de waarde van de godsdienst van Israël, dat niet het recht van de sterkste een vanzelfsprekende geldingskracht heeft. Het is de mens die zichzelf niet kan verdedigen, die mag rekenen op Gods liefdevolle en barmhartige nabijheid.
Door deze heilsboodschap mag het Israël van de Bijbel een hoeder van de humaniteit zijn. Laat er blijdschap zijn om een humane God! Zo is zijn koningsregering!

Een humane God, en God die mensen liefheeft.
Het is een troostrijke boodschap aan een wereld die vol chaos is. Daarom is de koningsregering van de Heer blijdschap. Blijdschap die we niet missen kunnen, want, hoe kunnen wij het in deze wereld volhouden als wij geen geloof hadden in een Allerhoogste die uiteindelijk alles tot een goed einde zal brengen? Blijf dan verwachten, hopen.

Jubilate heet deze zondag, en daarom de slotregel van Gezang 220 (LvdK): Jubelt, want elke blijde dag, is ons Gods woord tot leven!

ELG Zierikzee, 25 april 2021

Waarom vaste lezingen?

Een vaak gehoorde kritiek: wanneer elke zondag haar vaste schriftlezingen heeft, zullen trouwe kerkgangers nooit prediking uit de volledige bijbel horen

Toch is de keuze van de klassieke liturgisten zo goed, dat alle aspecten van het evangelie aan de orde komen. Bovendien zijn er regelmatig verwijzingen naar de Hebreeuwse bijbel. Zo komt de volheid van de gewijde Geschriften tot zijn recht.